Ontstaan & Geschiedenis

Het Vermeylenfonds werd opgericht op het einde van de Tweede Wereldoorlog. De aanleiding was het overlijden van de letterkundige en intellectueel August Vermeylen. Hij schreef immers vlak vóór z’n overlijden het opstel ‘De Taak’, dat als “missie” zou dienen voor de nieuwe vereniging. Dit opstel was ongetwijfeld geïnspireerd door de gruwel van de oorlog. Kort samengevat kwam dit neer op een streven naar “een samenleving waarin iedereen de mogelijkheid heeft – voor zover zijn natuur het toelaat – een “mens” te zijn in de volledigste en edelste betekenis van het woord”. In Vlaanderen moet deze doelstelling nagestreefd worden door de verdieping van de cultuur want “een volledige cultuur wordt niet uit de grond gestampt: zij groeit, groeit van binnen naar buiten. In trouwe samenwerking kan iedereen er het zijne toe bijdragen”.

Vanuit deze ‘missie’ is het vanzelfsprekend dat de statutaire stichters – Achilles Mussche, Fernand Toussaint van Boelare, Reimond Herreman en Oscar De Swaef – een pluralistische vereniging voor ogen hadden. De stichtende leden waren inderdaad van alle strekkingen. Het lukt het Vermeylenfonds om gedurende meer dan 10 jaar een pluralistische werking te handhaven. In die periode was de activiteit vooral toegespitst op nationale manifestaties zoals congressen, studiebijeenkomsten en publicaties over algemeen culturele onderwerpen zoals de Vlaamse Beweging, de taal (o.a. de promotie van het ABN), toneel, literatuur en kunst.

Het vooroorlogse verzuilde denken herstelde zich opnieuw gedurende de jaren 50. Voor pluralisme was geen plaats meer. Het Vermeylenfonds werd steeds meer als socialistisch fonds naast het liberale Willemsfonds en katholieke Davidsfonds geplaatst. In 1961 kon men niet meer om de feiten heen en erkende het Vermeylenfonds zich tot de socialistische strekking evenwel buiten elk (politiek) partijverband. Vanaf dan begon het Vermeylenfonds – naar analogie met het Davidsfonds en het Willemsfonds – met de uitbouw van plaatselijke afdelingen.

Toen in 1966 Achilles Mussche ontslag nam als voorzitter ontstond er een discussie over het profiel en de verdere actie van het Vermeylenfonds. De groep met Aloïs Gerlo als woordvoerder won. Hierbij werd gesteld dat de werking onafhankelijk van om het even welke belangengroep moest worden verdergezet. Aloïs Gerlo werd de nieuwe voorzitter. Hij zag het als zijn taak om het Vermeylenfonds verder uit te bouwen op plaatselijk vlak. Tevens richtte hij samen met het Davidsfonds en het Willemsfonds het Overlegcentrum van Vlaamse Verenigingen op, een drukkingsgroep met als doel de federalisering van België te verwezenlijken.

In 1976 werd het Vermeylenfonds door de overheid erkend als organisatie voor sociaal-cultureel werk voor volwassenen in verenigingsverband. Overeenkomstig het decreet en de uitvoeringsbesluiten werd bijkomend personeel aangeworven. Door zijn onafhankelijke opstelling – los van elke partij of van andere belangengroepen – was het Vermeylenfonds voor de financiering aangewezen op eigen middelen die het niet had. Daarom werd in de schoot van het Vermeylenfonds een boekhandel ‘nv Aksent’ opgericht die op zijn beurt gefinancierd werd door het uitschrijven van interne leningen. Beide financieringsmiddelen hadden niet het verhoopte succes, zodat begin 1977 al het personeel werd ontslagen.
De werking werd voorlopig uitsluitend waargenomen door vrijwilligers. In april 1978 werden twee personeelsleden – tewerkgestelde werklozen – aangeworven. Door een strikt financieel beleid en door de inspanningen van de overheid om de subsidies als voorschotten uit te betalen, kon het Vermeylenfonds zich financieel handhaven.

Een volledig onafhankelijke en autonome opstelling van het Vermeylenfonds bleek niet houdbaar. Daarom trad het Vermeylenfonds begin de jaren 80 toe tot de Unie van Vrijzinnige Verenigingen, de CSC-koepel (effectief lid) en de Vrijzinnige koepel (toetredend lid). Voortaan zou het Vermeylenfonds zich profileren als een autonome vereniging wiens werking gebaseerd is op drie pijlers: de Vlaamse, socialistische en vrijzinnige pijler.

Op het congres van 1989 werden verschillende werkgroepen opgericht om het imago van het Vermeylenfonds te vernieuwen. Dit resulteerde in een nieuwe huisstijl. Op het vlak van de inhoudelijke werking werd vooral gezocht naar vernieuwende activiteiten aangepast aan de hedendaagse interesses.
Op basis van deze vernieuwing werden ook de statuten van het Vermeylenfonds grondig gewijzigd (verschenen in 1997) en er werd ook een huishoudelijk reglement opgesteld. De nadruk van die wijziging lag op grotere inspraak en participatie van de afdelingen aan het algemeen beleid.