Interview met Eva Hambach

Img 2953

Het is een kwestie van solidariteit.’
Gesprek met Eva Hambach

Ine Pisters

Vrijwilligerswerk: een boeiende thematiek, een boeiend onderwerp. Vrijwilligerswerk is een spontane en courante vorm van samenwerking maar in de hiërarchische op status en consumptie gerichte samenleving van vandaag ook weer niet zo vanzelfsprekend... Wordt het (zoals laagbetaalde jobs) niet gepercipieerd als ‘minderwaardig’ werk, omdat het niet betaald wordt?

Ik zou het nooit minderwaardig noemen, maar het wordt inderdaad soms als minderwaardig gepercipieerd door het beleid of door sommige mensen die het niet begrijpen: waarom zou je iets gratis doen? Maar ik denk dat dat van alle tijden is en dat dat ook van alle tijden zal zijn. Ook u bent vrijwilliger, ze betalen u dus niet, en toch doet u het. Waarom? Vanuit een betrokkenheid, omdat u geïnteresseerd bent in cultuur, contacten met mensen, enzovoort.

Ik zet me in als kattenvrijwilliger voor de stad Antwerpen. Ik word er ook niet voor betaald. Eén keer per jaar nodigt de stad me uit om naar een receptie te komen. Ik heb dat nog nooit gedaan. En je krijgt een aankoopbonnetje van tien euro, daar koop je twee pakjes kattenbrokken mee. Ik doe het nu een heel jaar. Waarom? Dergelijke inzet trekt me aan... Een collega zei: ‘als ik het niet doe, dan komt er niks goed. Dan gaan we niet vooruit.’ Dus dat is ook een ambitie. Dat is iets in handen nemen om wat controle te hebben. Dat is het vrijwilligerswerk, ook heel vaak innovatief.

Ik wil helpen, ik engageer me’ is een ethisch motief. Hoe verhoudt die attitude zich in de huidige context van bezuinigingen, waarin het middenveld dreigt te verzwakken? Vrijwilligers moeten de zaak draaiende houden.

Dat klopt. Het speelveld van het middenveld verkleint. En ik merk wel, en daar heb je groot gelijk in, dat men het soms als te vanzelfsprekend beschouwt: ‘Ah, je bent vrijwilliger, dus dat kost niks.’ Terwijl het niet zo is dat het vrijwilligerswerk kostenvrij is. Mensen moeten ondersteund en begeleid worden, de drempel en de mogelijkheid om in te stappen in dat vrijwilligerswerk moet zo laag mogelijk zijn. Vanaf het moment dat het richting de overheid of het beleid draait – en dat gebeurt niet alleen in België, maar overal – en de overheid vrijwilligers begint in te schakelen om te kunnen besparen, dan denk ik dat we niet juist bezig zijn.

Wanneer de overheid vrijwilligers begint in te schakelen om te kunnen besparen,

dan denk ik dat we niet juist bezig zijn.’

We hebben dat heel sterk gezien met corona en de vaccinatie-vrijwilligers. Het kon niet meer op en om de haverklap had de overheid weer vrijwilligers nodig. Het was pijnlijk: onze socioculturele verenigingen, onze sportclubs lagen stil, jongeren mochten niet meer bijeenkomen (sommige jongeren hebben daar nog lang last van gehad), ouderen evenmin. Maar aan de andere kant ging de overheid vrijwilligers werven om in grote getale te komen helpen in de vaccinatiecentra.

En nu worden we met besparingen opgezadeld, dat merken we hier in huis heel sterk. Er werken hier veel soorten verenigingen. Ik heb maar van één vereniging gehoord van een status quo, maar alle anderen moeten besparen. Dus dat betekent minder personeel, en dan kom je al snel bij ‘doe het dan maar met vrijwilligers’. Maar het is belangrijk om te beseffen dat die vrijwilligers geen robotjes zijn. Je moet hen ondersteunen en begeleiden. Die dimensie vergeet men wel eens. De meeste bedrijven hebben een personeelsdienst, dat is niet meer dan normaal. Maar met veel vrijwilligers in dienst, vindt men het niet vanzelfsprekend om die te ondersteunen, en vanuit human resources te zorgen dat hun talenten ingezet kunnen worden. Dat klopt gewoon niet. Dat is het imago: we zetten vrijwilligers in waar nodig. Zonder naar de persoon te kijken. Terwijl ook een vrijwilliger een achtergrond en ervaring en bagage heeft.

Dat klopt. Die waarde wordt wél gezien als mensen nodig zijn van overheidswege. Dat zie je vaak. We hebben nu weer de discussies over personeelstekorten in de zorg. En dan is het heel verleidelijk om over te schakelen op vrijwilligers. En dat gebeurt nu al steeds meer. Een vrijwilliger voor het onthaal, om de patiënten eten te brengen, en zo meer. En dat zie je ook in woonzorgcentra.

Terwijl dit eigenlijk ook om professioneel werk gaat. Ik zag vacatures voor vijwillligerswerk op websites van grote academische ziekenhuizen, zelfs voor de palliatieve dienst en de spoeddienst.

Er is een hele discussie rond gezondheidszorg en besparingen. Alles staat onder druk. Ook ziekenhuizen en de gezondheidszorg. En dan gaat men kijken: wat moet het verplegend personeel doen? Zouden we dat niet deels kunnen uitbesteden aan vrijwilligers?

Er zijn voor elke activiteit altijd wel mensen die dat vrijwillig willen doen, daar ben ik van overtuigd. Tijdens corona kregen we de vraag: ‘Wij willen ook wel winkelkarretjes gaan ontsmetten voor de Colruyt. Mag dat?’ Nee. Want dat is een private speler, dan kan je geen vrijwilligerswerk gaan doen.

Maar in een ziekenhuis kan dat wel.

Ja, maar dat zijn meestal instellingen van openbaar nut, vzw’s, openbare ziekenhuizen, of universiteiten. Dat kan perfect. Overheden kunnen dat ook. Ik vind dat niet raar als men het maar goed afbakent. Er zijn veel lokale bestuurders die het goede voorbeeld geven, maar er zijn er ook die voor gemakkelijkheidsoplossingen kiezen: ‘O, we vinden niemand voor de groendienst, Jos is bijna gepensioneerd, en kan dan Jos niet blijven als vrijwilliger, en twee dagen in de week komen blijven werken?’ En dan gebeurt het.

Terwijl iemand anders werk zoekt en niet in aanmerking komt.

Dat is het, maar dat zijn gemakkelijkheidsoplossingen. Als Steunpunt adviseren we lokale bestuurders en organisaties om dat niet te doen. Maar wat als ze het komen vragen en wij zeggen, je doet dat beter niet, en ze doen het wel? We hebben geen enkel middel, we zijn geen vrijwilligerspolitie.

Jullie zijn een steunpunt, jullie geven advies, ook juridisch advies.

Ja, juridisch advies rond regelgeving. Daarover krijgen we vaak vragen. Ik ben al blij dat ze het komen vragen: kan dat? Mag dat? Doe je dat beter niet? Je ziet ook wel hoe commerciële organisaties soms constructies bedenken om toch vrijwilligers aan te kunnen werven. Ik hoor dat dat ook in pretparken en dierentuinen voorkomt. Men richt bijvoorbeeld voor extra activiteiten een VZW op voor een programma waarin vrijwilligers de bezoekers entertainen. En dat is dan iets extra om die bezoekers aan te bieden. En dan kun je ook de prijzen verhogen. Tja. Maar stel nu, ik weet veel over wasberen. En ik zie ze zo graag. En ik zeg, in het seizoen wil ik één keer per week over die wasberen komen praten. Ik haal er wat voordelen uit, ik krijg misschien een familieabonnement, en dan kan ik er met de kleinkinderen naartoe gaan... Je weet het soms niet... Vrijwilligers zien dat ook niet altijd. We hebben er al discussie over gehad. Mensen vinden dat ze op commerciële festivals vrijwilligerswerk moeten kunnen doen. En dan zeggen wij hen dat dat niet correct is.

Ik denk dat de overheid te laks is. Men controleert eigenlijk niet voldoende. Tijdens corona hebben we op een bepaald ogenblik bij de Hoge Raad voor Vrijwilligers gezegd: doe dat niet. Men heeft toen vrijwilligerswerk toegelaten bij de commerciële woonzorgcentra. Dat mag nu niet meer. Maar wie moet nu controleren of dat inderdaad niet meer gebeurt?

Hoe verhouden jullie zich tot de overheid? Of de overheid tot jullie? Kunnen jullie aan de alarmbel trekken af en toe?

We zijn een Vlaams steunpunt, dus wij hebben vooral onze contacten met de Vlaamse overheid, de Vlaamse administratie. De coördinerende minister van het vrijwilligerswerk is Caroline Gennez, als minister van Cultuur. Cultuur en Welzijn worden in deze legislatuur gecombineerd, maar de coördinatie van het Vrijwilligerswerk valt onder Cultuur, want Cultuur is eigenlijk de grootste vrijwilligerssector.

Ik ben mijn loopbaan in 1987 begonnen in het Paleis van Schone Kunsten in Brussel, eigenlijk als een soort vrijwilliger, in een statuut van uitkeringsgerechtigde werkzoekende ‘met vrijstelling van stempelcontrole’. Na enkele maanden kreeg ik een ‘DAC-contract’ (derde arbeidscircuit), en vervolgens een volwaardig contract.

Echt een ‘werkervaringstraject’ avant la lettre, zoals er nu stages zijn. Maar voor ons zijn stages geen vrijwilligerswerk. Bij vrijwilligerswerk staat de vrije wilsautonomie van een individu centraal om te kiezen waar hij of zij zich wil inzetten... Wat we wel zien is dat de overheid werklozen en mensen met een leefloon niet altijd toestaat om vrijwilligerswerk naar keuze te doen en hen wel eens verplicht om in een woonzorgcentrum of ziekenhuis te gaan helpen. Sorry, maar dat is verkeerd. Want in de vrijwilligerswet staat: je kán vrijwilligerswerk doen, het is een kwestie van vrije wilsautonomie, of je dat wil doen en waar je dat wil doen. En dat vergeet men wel eens. Men moet beseffen dat vrijwilligers géén goedkope manusjes-van-alles zijn. Zij hebben hun eigen talenten, laat hen dat inbrengen! Geef genoeg middelen aan al die organisaties en al die sectoren om het vrijwilligerswerk te laten bloeien.

‘Bij vrijwilligerswerk staat de vrije wilsautonomie van een individu centraal om te kiezen waar hij of zij zich wil inzetten.’

In de cultuursector hebben de bezuinigingen een grote impact.

Ja, in de cultuursector zijn ook klappen gevallen. Ik hoorde onlangs van een culturele organisatie in het Leuvense dat ze, als ze niet met vrijwilligers werken, nog maar de helft van hun programma kunnen aanbieden, een programma dat bovendien duurder zou worden. Wat doe je dan? Kiezen voor een extra medewerker, of voor twee of drie vrijwilligers? Die keuze is soms rap gemaakt. De overheid geeft eigenlijk een beetje het slechte voorbeeld. Dat zagen we bij de vaccinaties, maar nu ook in de scholen, ondermeer voor de buitenschoolse en over-de-middag kinderopvang. Het gebeurt allemaal door vrijwilligers. En er zijn de zomerscholen. Scholen moeten dat georganiseerd krijgen, en kiezen vaak voor de gemakkelijke oplossing door hier leerkrachten (die al voldoende werk hebben) in te schakelen. Dat klopt niet.

Het speelveld voor het middenveld wordt moeilijker, uitdagender en kleiner. En dan zegt de overheid: ‘Dan moet je maar creatief zijn, niet alleen aan de subsidiekraan hangen.’ Of je moet een private samenwerking aangaan. Maar de privéspeler wil daar ook zijn voordeel mee doen. Ik ben daar niet per definitie tegen, maar het betekent wel dat je je middenveld begint te vermarkten en verkopen. En zijn we dan goed bezig?

De 17 VN-doelstellingen rond duurzaamheid vormen een gigantisch programma. Dit is ook een kwestie van beleid en politieke keuzes. Onderwijs, klimaat, gezondheid, gendergelijkheid,....

Er zijn natuurlijk veel sectoren en verenigingen, ook het onderwijs, en daar zit een beleid achter dat inderdaad gesteund of niet gesteund wordt door de overheid. Maar wat die fundamentele solidariteit betreft, dat blijft een... moeilijke verhouding. Omdat het beleid niet dat idealisme heeft. Men promoot wel solidariteit, maar in de praktijk zien we een samenleving die steeds ongelijker wordt en waar armoede bestaat.

Ook al zijn er in de dagelijkse werkelijkheid best veel voorbeelden te zien van solidair gedrag. We leven echter in een maatschappij die van zijn burgers consumenten maakt en ‘kiesvee’ of ‘kanonnenvlees’. Worden vrijwilligers niet ook beschouwd als een wat amorfe ‘onderdanige’ groep?

Ja, ik denk dat dat zo kan zijn. Het hangt af van sector tot sector. Als je kijkt naar de klimaatactivisten, of naar de massa die op straat kwam voor de Palestijnse zaak, dat gaat ook grotendeels om vrijwilligers. Dus ik denk dat je daar van alles tussen hebt. En je hebt natuurlijk mensen die eerder gedwee, misschien wat onderdaniger in het systeem zitten. Je hebt er gelukkig ook een aantal die spreken. Ik denk dat dat ook van alle tijden is, hoor. Als je naar de geschiedenis kijkt, je hebt altijd uitdagende tijden.

Burgers moeten wat weerbaarder worden in hun hoofd, bewuster. Niet alles slikken en niet meegaan met de grote kudde. Dat is moeilijk. In het Verenigd Koninkrijk en Duitsland zag je hoe pro-Palestijnse mensen die op straat kwamen gewoon van de straat geknuppeld werden. Dus het is niet zo evident om tegen de stroom in te gaan. Ik ken ook vrijwilligers, die klokkenluider zijn, die tijdens hun vrijwilligerswerk bepaalde dingen zien, hoe er met mensen wordt omgegaan, of met kinderen, of met jongeren. Dat is er dan bijvoorbeeld maar één, van misschien tien, of twintig, of honderd, die rapporteert. Niet gemakkelijk. Het middenveld is echter echt wel innovatief, en dat is een bijzondere kracht. Misschien moeten ze manieren zoeken om nog beter in dialoog te gaan met de overheden. Een overheid die het inderdaad niet gemakkelijk maakt.

Je kunt het vrijwilligerswerk dus ook zien als een vorm van verzet. Het is een alternatief. Het doet me denken aan de commoners, een beweging die zegt: wij willen een aantal zaken zelf beheren en zelf sturen.

Ook vrijwilligers nemen inderdaad soms het heft in eigen handen. Ik denk bijvoorbeeld aan de Voedselbossen, een burgerinitiatief dat ontstond rond de vraag: wat komt er op ons bord en waar komt dat vandaan. Het evolueert nu vaak naar een coöperatie in samenwerking met een lokaal bestuur. Een van de vele mooie resultaten is dat ze een plek ter beschikking krijgen om groenten en bloemen te telen.

En ze organiseren zichzelf.

Dat initiatief gaat uit van burgers, aanvankelijk kleinschalig. En vanaf het moment dat er organisatie nodig is, komt het vrijwilligerswerk in beeld. We hebben nu net een aanvraag voor een gratis verzekering van de organisatie Dekoloniseer Halle. Deze vereniging wilt in de gemeente alle mogelijke koloniale sporen inventariseren en ertoe bijdragen dat Halle in het reine komt met zijn koloniaal verleden. Dat is toch schitterend. Het gaat om een paar mensen die getriggerd worden, misschien door een koloniaal standbeeld dat er nog staat ofzo, en die de handen in elkaar slaan. Dat zijn voortrekkers. Zij kunnen een impact hebben op het stadsbestuur, dat beseft dat ze daar meer mee bezig moeten zijn. Of misschien gaan ze daar ook binnen hun diensten een keer een infoavond organiseren, zodat iedereen mee is. Ik denk ook aan Zorgzame Buurten, een initiatief van een aantal verenigingen die samenwerken op lokaal niveau om de krachten te bundelen en vrijwilligers aan te trekken. Van onderuit en kleinschalig.

De wereld ontharden, van onderuit naar boven. Er zijn best wel veel voorbeelden, het evolueert de hele tijd. Vandaag leven we inderdaad in een individualistische samenleving. Wat een discours krijgen we te horen! Het is geen sympathiek discours, het is te donker. Maar in de jaren tachtig was de sfeer ook dreigend, door de kernwapenwedloop. Onzekerheid is ook niet het beste recept om het vrijwilligerswerk te laten floreren, eerlijk gezegd.

Logisch. Het gaat ook om bestaanszekerheid. Niet ‘hoe kan ik nog meer verdienen’, maar gewoon hoe gaat het mij lukken om dit werk te behouden of een nieuw werk te vinden. Zeer concrete zorgen.

In tijden van grote onzekerheid krijg je bijvoorbeeld mensen die hun werkloosheidsuitkering verliezen en van een leefloon moeten gaan leven. Pensioenen worden afgetopt. Enzovoort. Ik merk dat bepaalde mensen naar vrijwilligerswerk zoeken om een kostenvergoeding te krijgen. Als aanvulling op hun te kleine pensioen of uitkering. Wij zien dat gebeuren. Maar de meeste vrijwilligers hebben een goed inkomen hebben en kunnen het zich dus permitteren. Het zijn de mensen die wat hoger opgeleid zijn, zich in een betere socio-economische situatie bevinden, die meer vrijwilligerswerk doen. Als je het wat moeilijker hebt en je hebt veel meer zorgen, is het niet zo vanzelfsprekend om in het vrijwilligerswerk in te stappen.

En succesvolle BV’s of mensen met zeer goedbetaalde beroepen?

Die zijn er zeker. Ik denk aan dokter Distelmans, VUB-prof en oncoloog. Hij is heel actief binnen zijn LEIF groepen. Het idealisme is daar zeker groot. Dergelijke leidinggevenden inspireren de mensen. Ook politici, die doen dat ook maar gaan er misschien niet altijd over communiceren. Een oude wijsheid: wil je dat iemand vrijwilligerswerk doet? Ask a busy man. Eigenlijk is dat het systeem. Er zijn bijvoorbeeld ook bekende mensen die peter of meter zijn van een of andere organisatie, soms vanuit een eigen ervaring of een ervaring in de familie. Bij komoptegenkanker is dat waarschijnlijk ook het geval.

We willen iets kunnen betekenen.’ Ik denk dat we dat nooit mogen vergeten.

Het beeld van de samenleving kan toch echt wel grimmig zijn. Een jungle... waar het recht van de sterkste overheerst.

Absoluut, dat is zo. Maar langs de andere kant, als het nodig is, zie je wel een ketting van solidariteit ontstaan. Zoals in Zwitserland, in Minneapolis. Maar hier in Vlaanderen gebeurt dat ook. Als ik zie wat voor een solidariteit op gang is gekomen tijdens corona: zullen we soep maken? Wat kunnen we doen? Ook bedrijven die hun bedrijfsruimte ter beschikking wilden stellen. Daar kon je dan wel niets mee doen wegens de lockdown, maar toch: ‘We willen iets kunnen betekenen’. Ik denk dat we dat nooit mogen vergeten.

Iedereen kan weleens in zo'n situatie terechtkomen waarin je anderen nodig hebt.

Dat is het. Maar ook als je mensen ziet die bijvoorbeeld alles verloren hebben na een brand. De solidariteit die er dan speelt. Dat is omdat het in de eigen buurt gebeurt... ja, dat triggert. Dus ik denk dat die solidariteit tussen mensen nooit gaat verdwijnen.

Ik denk dat wij er wel over moeten waken dat het vrijwilligerswerk mag zijn wat het is, zijn eigenheid kan behouden en niet een instrument wordt om het overheden gemakkelijker te maken.

En is dat ook een van de dingen die aan bod zal komen in het Internationaal Jaar van de Vrijwilliger? Ja. Wij starten een beleidsgroep op die eind februari aan de slag gaat met de bedoeling om een soort politieke agenda op te stellen. Wat ik ook wel wil is dat het een jaar wordt waarin mensen plezier maken natuurlijk, met allerlei evenementen. Maar je moet ook op het einde van het jaar kunnen zeggen waar de knelpunten zitten en er dan werk van maken om die zaken te verbeteren. De samenleving is constant in beweging en is eigenlijk ook altijd vatbaar voor verbeteringen.

Dus we zetten in elk geval de kwesties en de moeilijkheden die wij hier en daar horen op de agenda en we brengen organisaties en mensen uit organisaties bij elkaar. Je voelt er heel sterk de waarde die het middenveld en organisaties hechten aan dat vrijwilligerswerk. Dat is bemoedigend. En iedereen is bereid om dat duidelijk te maken tijdens dat Internationaal Jaar. Op de website van het Internationaal Jaar zie ik dat ook: het vrijwilligerswerk moet beter in kaart worden gebracht. Is het onzichtbaar, niet genoeg zichtbaar? Er aandacht voor vragen is een vorm van politiseren, de maatschappelijke functie ervan benoemen.

We willen het in kaart brengen omdat we er geen cijfers van hebben. En het is inderdaad ook een kwestie van het te politiseren. Want als je dat niet doet,... ja, dan blijft men ervan uitgaan dat vrijwilligerswerk niks kost en dat klopt gewoon niet. En als je echt een inclusieve samenleving wilt realiseren en zorgen dat mensen van allerlei slag in het vrijwilligerswerk stappen, dan doe je niet door louter te zeggen ‘onze deuren staan open’. Nee, dan zul je actie moeten ondernemen. Dan zul je ervoor moeten zorgen dat de organisaties dat waar kunnen maken. En ik zie dat de overheid door de knip op de portemonnee te houden het niet altijd gemakkelijk maakt voor organisaties. Maar ik voel wel dat organisaties de behoefte hebben om dat duidelijk te maken.

Ik zie op de website ook hoe er tips worden gegeven aan organisaties, hoe om te gaan met vrijwilligers, hoe ze te werven ook.

Je moet vrijwilligers aantrekken. En de beste manier om dat te doen is om het aan iemand te vragen. Dan kun je allerlei foldertjes en flashy dingen uitdelen, maar dat werkt niet. Je moet het vragen aan iemand. Als ik dat rechtstreeks aan jou vraag, is de kans dat jij nee zegt al veel kleiner. Bij twijfel kun je vragen stellen, het gesprek aangaan.

Vanaf het moment dat mensen als vrijwilliger beginnen, moet de organisatie ervoor zorgen dat zij passen in het team. Hoe kunnen hun talenten ingeschakeld worden? In sommige organisaties zijn er wrijvingen tussen vrijwilligers. Dus het is niet zo dat je vanaf het moment dat ze begonnen zijn op je lauweren kunt rusten. Vrijwilligers zijn zoals personeel. Iedereen heeft een individueel privé leven, dat kan meespelen. Er zijn organisaties die dat schitterend doen. En er zijn nog altijd organisaties die er verder geen werk van maken. Een minderheid heeft zelfs nog altijd een beetje een mentaliteit van ‘je mag blij zijn dat je hier vrijwiligerswerk mag doen’. Totaal niet motiverend.

Kortom, je hebt betaalde en onbetaalde medewerkers, maar het zijn allemaal medewerkers. En in de beste wereld geef je ook de onbetaalde medewerker inspraak.

Iemand die meewerkt als onzichtbare medewerker of als vrijwilliger kan ook wel eens iets inbrengen waar iemand anders niet aan denkt. En dat is soms moeilijk gezien de rigide en soms artificiële tweedeling tussen uitvoerend werk en denkwerk.

Ja, dat hangt ervan af hoe je het in je organisatie aanpakt. Ik geloof in een approach om mensen de kans te geven om te praten en inspraak te hebben. Wij doen dat ook voor ons beleidsplan. Dat komt niet alleen uit mijn koker, of uit de koker van de raad van bestuur. Dat is een zaak van het hele team. Anders werkt het niet. Voor je vrijwilligers moet dat eigenlijk ook zo gaan, ook als je er meerdere hebt. Dat zijn allemaal aparte en andere karakters.

Organiseren jullie hierover vanuit het Steunpunt info-avonden of zo? Of reageren jullie gewoon op wat een organisatie aan vragen heeft?

Wij richten ons vooral op organisaties. Het gebeurt wel dat wij een vorming gaan geven, over werven of motiveren op vraag van een sportraad of op vraag van een gemeente. Maar hier komen ze meestal raad vragen en een gesprek. Wij richten ons ook op organisaties met tips over het begeleiden en integreren van vrijwilligers in een project of team. In het kader van het Internationaal Jaar van de Vrijwilliger sporen we organisaties vooral aan om zelf iets te doen. Want dat is voor mij eigenlijk de essentie. Niet wij moeten naar buiten komen. Het is niet het jaar van het Vlaams Steunpunt, het is het Internationaal Jaar van de Vrijwilliger. Wij willen dat zoveel mogelijk sectoren, in al hun diversiteit, laten zien wat ze doen met hun vrijwilligers en voor hun vrijwilligers. Cultuur, Sport, Milieu, Ontwikkelingszaken... het werkveld is zeer ruim. We hebben als Steunpunt ons eigen programma, maar hebben er ook voor gekozen om heel veel (adem)ruimte te laten voor de organisaties. Wij werken (zoals steeds) niet exclusief, niet alleen met onze leden, en we beperken ons (ook zoals steeds) dus niet tot één sector.

Maar wat we vooral in de kijker willen zetten in 2026 is de stevigheid, de sterkte van het vrijwilligerswerk. Ook de impact van het vrijwilligerswerk op de 17 SDG's (Sustainable Development Goals, 2030), waar ook het Steunpunt laagdrempelig op gaat inzetten. Op het einde van het jaar willen we de VN, maar ook België en Vlaanderen duidelijk maken: vergeet uw vrijwilligers niet, want zij leveren een aanzienlijke bijdrage in het realiseren van die doelstellingen. Er is geen enkele SDG waar geen vrijwilligerswerk bijhoort, en soms combineert één vereniging meerdere SDG’s: werken rond armoede draagt ook bij aan het verminderen van ongelijkheid,... Dat creëert fierheid.

Antwerpen, 3 februari 2026

Ine Pisters, vrijwilliger-redacteur voor DNG Vermeylenfonds,

in gesprek met Eva Hambach, directeur Vlaams Steunpunt Vrijwilligerswerk.