DNG 10/2026 - Verhalen in bloei

De Nieuwe Gemeenschap - driemaandelijks tijdschrift van het August Vermeylenfonds april-juni 2026 - AFGIFTEKANTOOR GENT X erkenningsnummer P 309 575 - vu: Willem Debeuckelaere - p/a V.F. Tolhuislaan 88, 9000 Gent bpost PB-PP BELGIE(N) - BELGIQUE dng

-2-

Ruimte voor verhalen ...

Waar mensen elkaar vinden rond gedeelde dromen, zorgen en ambities, ontstaan nieuwe gemeenschappen. Soms beginnen ze klein: met een gesprek, een initiatief of een idee. Ze kunnen uitgroeien tot plekken waar verbondenheid centraal staat, waar verschillen geen obstakel vormen, maar juist de basis zijn voor wederzijds respect en inspiratie. Het zijn de nieuwe gemeenschappen van vandaag die morgen mee het verhaal van ons allemaal schrijven.

Maar wie bepaalt welke verhalen zichtbaar worden? Wie krijgt de ruimte om een beeld van zichzelf en zijn of haar gemeenschap te creëren? En wie bepaalt vervolgens hoe dat beeld wordt getoond, bewaard en doorgegeven?

In het gesprek met Shelsia Da Costa en Charis Way-Way van Black Lens Archive gaat het over precies die vragen. Ze willen mensen zelf de middelen en ruimte geven om hun leven in beeld te brengen en hun verhaal te vertellen. Niet vóór mensen spreken wanneer zij zelf kunnen spreken. Niet vóór een gemeenschap creëren wanneer die gemeenschap dat zelf kan.

Die gedachte sluit aan bij de geschiedenis van De Nieuwe Gemeenschap, het ledenblad van het Vermeylenfonds. August Vermeylen koesterde ooit het idee om een tijdschrift op te richten dat hij graag De Gemeenschap had genoemd. Dat tijdschrift kwam er tijdens zijn leven niet, maar als eerbetoon werd later de naam De Nieuwe Gemeenschap kortweg DNG, gekozen voor het ledenblad. De titel verwees zowel naar de gemeenschapsvorming, een belangrijke doelstelling van het Vermeylenfonds als naar de nieuwe autonomie van Vlaanderen en Brussel als 'nieuwe gemeenschappen' begin jaren 90.

Die N van 'Nieuw' is betekenisvol. Vernieuwing gaat niet alleen over nieuwe vormen, nieuwe technologieën of nieuwe manieren van communiceren. Het gaat ook - en misschien vooral - over het herdenken van de manier waarop we samenwerken en verhalen delen. Over de nieuwsgierigheid om te luisteren naar verhalen die nog te weinig worden gehoord. Hopelijk wordt die nieuwsgierigheid in dit nummer geprikkeld ...

Sarah Mistiaen (*met dank aan Johan Notte voor het historische achtergrondverhaal van DNG)

INHOUD oktober - december 2026

03 Eyecatcher

04 Interview met Shelsia Da Costa & Charis Way-Way (BLA)

08 Interview met Luc Geeraert

12 U was weer geweldig!

13 Goed nieuws

14 Black Lens Archive

16 Recensent

20 Agenda

22 BV - Liesbet De Kock

24 Column - Peter Benoy

26 Column - Lina Corrigan

Vermeylenfonds Vlaanderen verbeelding werkt

Colofon

DE NIEUWE GEMEENSCHAP driemaandelijks ledenblad van het August Vermeylenfonds vzw; verschijnt op 15 maart, 15 juni, 15 september en 15 december.

REDACTIE Peter Benoy, Tom Cools, Willem Debeuckelaere, Sarah Mistiaen, Johan Notte, Kristel Gijbels, Nico Pattyn, Paul Teerlinck, Eliane Van Alboom, Judy Vanden Thoren, Hans Vandevoorde, Anita Van Huffel en Anne Van De Genachte (+ vormgeving)

ALGEMEEN SECRETARIAAT Tolhuislaan 88, 9000 Gent, 09 223 02 88 - e-mail: info@vermeylenfonds.be - website: vermeylenfonds.be - openingsuren: 9u - 12u en van 13u tot 17u

ABONNEMENT 15 euro (4 nummers)

LIDMAATSCHAPSBIJDRAGE 15 euro per individu. U kunt lid worden door aan te sluiten bij een plaatselijke afdeling of door overschrijving op rek.nr. BE50 0011 2745 2218 van het Vermeylenfonds vzw, Tolhuislaan 88, 9000 Gent. Leden ontvangen gratis De Nieuwe Gemeenschap.

COVER Parte de mi © Juliette Kuffour, Expo Frames of Us, Black Lens Archive, 2025

VERANTWOORDELIJKE UITGEVER Willem Debeuckelaere, p/a Tolhuislaan 88, 9000 Gent Auteursrechten personen die we niet hebben kunnen bereiken i.v.m. eventuele auteursrechten kunnen de redactie contacteren.

STEUN HET VERMEYLENFONDS Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar. Reknr. BE50 0011 2745 2218, Vermeylenfonds, Tolhuislaan 88, 9000 Gent.

Om reden van milieuvriendelijkheid wordt dit tijdschrift op chloorvrij recycleerbaar papier gedrukt.

Ontvang 4 maal per jaar DNG in uw brievenbus voor slechts 15 euro!

Scan de QR code voor meer info!

-3-

EYECATCHER

Deze pagina is een coproductie tussen het Vermeylenfonds en Creatief Schrijven vzw. De tekst werd geoogst op het platform Azertyfactor, een vrijhaven waar pennenvoerders hun vruchten publiceren. Wil je kans maken op publicatie in het volgende nummer? Post je tekst op azertyfactor.be/wedstrijd.

De genezingskracht van taal

de nieuwe gezichten van morgen zien we in de marge ongezegd vergeten

wat stilzwijgend verbannen wordt geraakt niet helemaal verwaarloosd een verlangen naar samen horen als noodzakelijke voorwaarde om onze zin te voeden

in het stotteren en ratelen vertellen we niet vertelde verhalen die knopen ontwarren uit het samen leven

dat verhaal zet aan tot een ander vraagt om frictie en fictie

de nieuwe gezichten van morgen zien we in het verzet een gezelschapsspel met gebarentaal

Camille Kindt

-4-

4 STANDPUNTEN

BIO Shelsia Da Costa is schrijfster en student Agogische Wetenschappen aan de VUB

Shelsia Da Costa & Charis Way-way - Black Lens Archive

'Als we willen vernieuwen, moeten we nadenken over samenwerking waarbij iederéén een stem heeft.' 
Interview: Ine Pisters

BIO Charis Way-Way is fotograaf, student kunstwetenschappen aan de KU Leuven, en voormalig gids in het FOMU en Middelheimmuseum

-5-

We voerden een levendig gesprek in het Brusselse Warandepark, gezeten onder een schaduwrijke boom, met om ons heen parkieten en spelende kinderen. We spraken een uur lang over Black Lens Archive, over het verzamelen, >span class="NormalTextRun SCXW136934820 BCX2"> en bewaren van (beeld)verhalen uit Afrikaanse gemeenschappen in België, en over de samenleving en de politiek. En over de vraag hoe vernieuwing eruit kan zien.

Charis: Ik hou erg veel van visuele kunst, net zoals Shelsia veel van podiumkunsten houdt. We >span class="NormalTextRun SCXW136934820 BCX2"> de mening dat de zwarte gemeenschap in beide kunstvormen te weinig of te eenzijdig wordt gerepresenteerd.

Shelsia: Er zijn veel leemtes. Waar diversiteit aan bod komt, ligt de focus vaak op uitmuntendheid: Obama of sportsterren. Een verheerlijkend beeld. Ofwel gaat het over de koloniale periode. Maar het alledaagse leven van gewone mensen heb ik altijd gemist.

Charis: We zijn op zoek gegaan naar die wereld, vanuit ons eigen perspectief. Door een platform te creëren konden we 'gewone' zwarte mensen de kans geven om hun verhalen te >span class="NormalTextRun SCXW136934820 BCX2"> Vooral via fotografie - hopelijk later ook film. In het FOMU was er een bijzondere expo, Recaptioning Congo, gecureerd door Sandrine Colard. Het >span class="NormalTextRun SCXW136934820 BCX2"> was fotografie als medium voor koloniale propaganda. Er waren echter ook foto's te zien van Jean Depara, een Congolese fotograaf. Hij had het nachtleven gearchiveerd in Leopoldville, het huidige Kinshasa. Dergelijke foto's hadden we hier nooit eerder gezien: jonge, zwarte Congolese mensen in een feestcontext! Er waren ook foto's van bodybuilders en zo. Zoals Shelsia zei: wanneer zwarte lichamen onderwerp zijn van een tentoonstelling, betreft het vaak het koloniale verleden. Dus: veel leed, negatieve stereotypes en enkele individuele succesverhalen.

Shelsia: Deze beeldvorming zie je vooral in de gevestigde >span class="NormalTextRun SCXW136934820 BCX2"> Maar inmiddels hebben we ook fantastische projecten gezien die in andere netwerken circuleren.

Het portretteren en verbeelden van 'gewone' mensen in hun alledaagse leven is één ding. Dat jullie mensen zichzelf in beeld laten brengen, voegt een extra dimensie toe.

Shelsia: Ik ben in 2021 gaan kijken naar Flemish Primitives. Dat was een >span class="NormalTextRun SCXW136934820 BCX2"> van Chokri Ben Chikha in de KVS en het stond ook in het Belgisch paviljoen op de Wereldtentoonstelling in Dubai. Het heeft me enorm geraakt. Het was een dansperformance, maar het ging ook over migratie, over hoe je succesverhalen opbouwt en welke mensen daar allemaal deel van kunnen uitmaken, en hoe je daar vervolgens weer een samenleving mee kunt opbouwen. De vijf personages namen het leven zelf in handen en probeerden iedere kans te grijpen. Toen drong tot me door dat het echt wel vanuit het individu komt. Het moet niet altijd 'gecureerd' worden door anderen. In het nagesprek had Chokri het over hoe de samenwerking met de dansers was verlopen en hoe ze sámen het stuk hadden gemaakt. Een co-creatie.

Charis had ook altijd al het idee dat we niet per se met gevestigde fotografen moeten werken of met mensen die zichzelf als kunstenaar zien. We moeten zwarte creatieve mensen de kans geven om hun leven doorleefd in beeld te brengen. Dan zie je als toeschouwer de gelijkenissen of juist de verschillen met je eigen leven. Wanneer we onszelf kunnen zien in niet-geënsceneerde verhalen, zal het gemeenschapsgevoel alleen maar groeien.

Charis: Vanuit onze reflectie over machtsverhoudingen was co-creatie van bij de start zeer belangrijk. Het hele creatie- en productieproces vroeg aandacht. Etnografische foto's van Afrikaanse of zwarte mensen zijn vaak gemaakt door een witte persoon in een context van een stroeve machtsverhouding. In een meer hedendaagse artistieke context zie je dan weer dat zwarte kunstenaars een afgebakende opdracht krijgen om een vooraf bepaalde boodschap te verbeelden. Vaak hebben ze het over racisme en is er nauwelijks ruimte voor iets anders. Maar wij geven mensen de kans en de mogelijkheden om hun eigen verhaal zelf in handen te nemen. We geloven niet dat iemand 'extern' jouw leven moet gaan fotograferen, ook als jij zelf geen fotograaf bent.

Door de globalisering, de veranderde relaties en de sensibilisering is het bewustzijn inmiddels toegenomen. Maar de realiteit van de superdiverse samenleving is nog steeds niet vanzelfsprekend voor iedereen.

Shelsia: Twee jaar geleden gingen we naar het Afropolitan Festival in Bozar. Het programma wordt telkens collectief ontwikkeld: gedurende één maand kan een groep mensen met begeleiding een programma-aanbod cureren in Bozar. Er was toen onder meer een tentoonstelling en een korte film, Paris Is Burning, over de ballroomcultuur in New York in de jaren 1970. We hadden het er toen ook over dat de regisseurs allemaal witte mensen waren. Zij stapten in een wereld waar ze zelf geen deel van uitmaakten. Ze observeerden alsof het een soort curiosum was en maakten daar vervolgens iets over.

Toeschouwers die wél deel uitmaken van die cultuur reageren met: 'Hoe de dingen hier in beeld worden gebracht, klopt eigenlijk niet, ook al staat het niet helemaal haaks op mijn eigen ervaring.' Ik merk het ook wanneer ik voorstellingen zie die betrekking hebben op de zwarte cultuur, op geracialiseerde mensen of zwarte mensen: de curatoren of organisatoren behoren voor het grootste deel niet tot de community zelf.

Toch kan de intentie kloppen: aandacht genereren voor niet-Europese culturen, sensibiliseren tegen racisme ... Het is ook al gebeurd dat een co-productie werd afgezegd vanwege scheve verhoudingen in de productie, de bevoegdheden, de credits enzovoort, in verhouding tot de representativiteit van het onderwerp.

Charis: Ik had daar onlangs een gesprek over, naar aanleiding van een filmproject. Een jongeman die tegenover een centrum voor mensen met verslavingsproblemen woont, vroeg me om er een film over te maken. Ik wilde er eigenlijk heel graag aan werken, maar de relatie en machtsverhouding vond ik moeilijk. We besloten om verder te werken in co-creatie. Ik denk dat we te vaak nog in een heel individualistisch denkkader werken. Ook veel kunstscholen werken zo: 'Jij moet ownership hebben over jouw project, jouw naam moet erop staan. Jij moet de hoofdrol spelen, en daar moeten credits aan verbonden zijn.' Dit is echter maar één manier van werken, en niet per se de juiste manier om verhalen op een ethische manier te vertellen.

Ik denk dat we ons moeten verbinden. Als je een film wilt maken over een bepaald >span class="NormalTextRun SCXW136934820 BCX2"> waarom niet? Maar als we willen vernieuwen, moeten we nadenken over samenwerking waarbij iederéén een stem heeft. Dat doet geen afbreuk aan de curator, regisseur of initiatiefnemer, maar maakt het project rijker.

Shelsia: Vorig jaar hebben we samengewerkt met Nathan Mbouebe, een Brusselse fotograaf. In een van de sessies werd besproken hoe de deelnemers hun inzichten zouden kunnen uitwerken en welke stappen daarvoor nodig waren. Er kwam best wat peptalk aan te pas, omdat sommige deelnemers zich 'niet genoeg fotograaf ' voelden of onzeker waren. We brengen mensen samen en zoeken gaandeweg uit wat er nodig is. Vanaf een bepaald moment laten we de participanten zelfstandig werken. Het lukt niet altijd, maar we willen paternalisme vermijden. De deelnemers moeten ook niet vanuit onze verwachtingen werken. Daarom gaan we in de open calls ook niet uit van bijvoorbeeld een jaarthema, maar van de

-6-

vraag: 'Wat wil jij brengen?' Met die workshops is dat eigenlijk ook het geval. Dan vragen we: 'Wat verwachten jullie? Wat zouden jullie graag willen?'

De gelijkwaardigheid speelt dus in alle fasen van het productieproces.

Shelsia: De motivatie is vaak om voor hén een project op te zetten. Omdat ze er waarschijnlijk nog niet aan gedacht hebben om vanuit de gemeenschap zelf iets te brengen.

Charis: De vraag is daarbij ook: waarom hebben die mensen geen 'tools'? Dat is niet per se omdat ze niet creatief genoeg zijn. Misschien is er gewoon niet genoeg geld voor een camera. Of soms ontbreekt er gewoon een stimulans.

Shelsia: Mensen die foto's maken voor hun >span class="NormalTextRun SCXW136934820 BCX2"> zijn ook creatief, maar ze >span class="NormalTextRun SCXW136934820 BCX2"> die niet genoeg buiten hun persoonlijke kring. Als je daar geen deel van uitmaakt, weet je dat gewoon niet en zie je het niet. Dan lijkt het voor die buitenwereld alsof dat allemaal niet gebeurt.

Is de open call het vertrekpunt voor al jullie tentoonstellingen? Geven jullie daarbij een >span class="NormalTextRun SCXW136934820 BCX2"> aan, bakenen jullie een leeftijdsgrens af of zijn er andere richtlijnen?

Charis: Momenteel richten we ons vooral op jongeren van onze eigen leeftijd, tussen de 20 en de 27 jaar. Dat heeft deels ook te maken met de subsidies die we krijgen: daar zijn vaak verwachtingen of voorwaarden aan verbonden. We zetten een open call online en mensen mogen zich aanmelden. We stellen vooral vragen over waar ze aan zouden willen werken, over welke >span class="NormalTextRun SCXW136934820 BCX2">'s. Die moeten ze zélf aanbrengen. Het staat helemaal open. We verwachten dan gewoon tijd en inzet om de workshops te volgen. Wij faciliteren ondersteuning, aangezien niet iedereen fotograaf is. De deelnemers volgen een artistiek traject om hun ideeën beter uit te kunnen werken.

Vinden jullie veel mensen met deze open calls?

Shelsia: Het eerste jaar, in Brussel, hadden we wel wat inzendingen. Dit jaar, in Leuven, wat minder. Het idee is om in België 'zwartheid' in beeld te brengen, een veelomvattend concept. We willen in de grotere steden werken: Brussel, Leuven, Antwerpen en dan Gent, en daarna ook Wallonië. Uiteindelijk willen we een soort retrospectief brengen met al het werk van de voorbije jaargangen.

Zo groeit het al doende. Het project krijgt vorm via de interacties en reacties van de mensen die participeren. Vervolgens vinden jullie plekken om het te presenteren. De verhalen gaan diep, zijn persoonlijk en staan op zichzelf, maar vertellen ook meer omdat ze zo goed zijn uitgewerkt - meer dan een anonieme enquête met zeven vragen aan honderd mensen.

Shelsia: Dat hebben we ook heel sterk ervaren. Tijdens het proces was niet alles altijd even duidelijk. We lieten de mensen hun ding doen. Uiteindelijk creëerde iedereen een uniek verhaal: over familie, over het vervagen van de tijd en ouder worden, over 26 zijn, over vrouwen en het belang van haar in de zwarte gemeenschap, over Elsene, over wat Rwanda betekent, wat neven en nichten betekenen en wat de positie als oudste dochter of oudste zoon betekent ...

(Foto): Yaya Michiko, Expo Frames of Us, 2025

Het klinkt wat vaag zoals ik het vertel, maar toeschouwers voelden zich echt aangesproken en herkenden die werelden. Het was fijn dat mensen zichzelf ook zagen in dergelijke universele verhalen in en over onze gemeenschap. Dat lieten ze ook weten: 'Ik voel me hier echt, ik heb mezelf hier kunnen zien', of: 'Ik kom terug met een vriend of met mijn mama'. Onder het publiek waren vaak jongeren met uiteenlopende eigen creatieve projecten, of die al bezig waren met film of fotografie. We ontdekten een hecht netwerk van jonge zwarte mensen die aan het creëren zijn in Brussel en die zichzelf en elkaar sterker maken en ondersteunen. En dat doen wij ook.

Komen er 'papieren' publicaties? Of is Black Lens Archive vooral een online platform?

Charis: In de eerste plaats online. Maar er zijn ook de expo's. Daarin willen we groeien. Het archiveren willen we ook aanpakken. Maar opnieuw vormen subsidies en geld een grote uitdaging. Printen is immers duur. Fotografie in het algemeen is al heel duur. Sommige deelnemers werken ook nog eens analoog, dus er zijn kosten voor de ontwikkeling van de foto's, nog vóór het printen en inkaderen. Het vergt een groot deel van ons budget. Maar we willen in de toekomst graag een magazine, een jaarlijkse publicatie.

"We geloven niet dat iemand 'extern' jouw leven moet gaan fotograferen, ook als jij zelf geen fotograaf bent"

Shelsia: Voorlopig richten we ons erop om er een overkoepelend project van te maken en alles in kaart te brengen. Zodat het niet verloren gaat.

Er is ook in sommige media weerklank. Ik las bijvoorbeeld een artikel bij KifKif.

Shelsia: KifKif had contact opgenomen net zoals het online magazine Reframe. Zo komen we inderdaad ook naar buiten. Maar het is

-7-

soms nog wel zoeken. Ik ben fan van lezingen en paneltalks, maar ook hier: hoe doe je dat? Vandaag is het nog altijd zo dat er enkele experts vooraan zitten die dan onderling of om de beurt tegen het publiek praten. Kunnen we dat ook op een andere manier regelen? Het is zoeken. Zelfs op dit eigenste moment: wij zitten hier te vertellen over het project, wij zijn het verhaal aan het vertellen terwijl de fotografen het verhaal hebben opgebouwd. Terwijl wij in de praktijk gewoon omkadering en ondersteuning bieden.

Hoe verhouden jullie je tot andere organisaties, de overheid en de samenleving in het algemeen bij het ontwikkelen van jullie projecten? Naar subsidiëring of feedback toe, maar ook qua weerklank, interesse en perspectieven? Of stellen jullie je eerder wat terughoudend op?

Shelsia: Sinds de eerste editie werken we al samen met TRILLvzw in Leuven, want zij hebben ook een creatief luik. Zij volgen je van bij het begin en proberen op veel vlakken ondersteuning te bieden.

Charis: Ook inhoudelijk. Ze hebben ons aangemoedigd om een beleidsnota te schrijven, waardoor we echt zijn gaan nadenken over de toekomst van onze organisatie. Voor activiteiten hebben we ook met MuntPunt gewerkt. We kregen ook steun van Kaira Fund en de Vlaamse Gemeenschapscommissie. Dit jaar hebben we echt geluk gehad dat er een subsidie was vanuit het Koning Boudewijnfonds voor Afrikaanse organisaties. Voor jonge Afrikaanse projecten, over en met jonge Sub-Sahara-Afrikaanse jongeren. Na eigen onderzoek naar de Sub-Saharaanse gemeenschap in België hebben ze op basis van de bevindingen die subsidielijn geopend. Er is veel enthousiasme, maar soms is het moeilijk. We hebben ook veel nee's gekregen wat betreft subsidies of samenwerkingen.

Er wordt bespaard. Je hoort als argument: 'Diversiteit, moeten we daar nu nog iets over zeggen?' Er wordt onverschillig over gedaan.

Shelsia: Deze overheid is onverschilliger, inderdaad. Daarbovenop krijg je ook nog een wantrouwende blik: hoeveel subsidies zijn er, en voor welke kunstenaars? Terwijl over de subsidies voor Shell of vastgoed in Antwerpen nauwelijks wordt gesproken. Dan denk ik: je zou de rekensom eens moeten maken ... Ja, daar moeten we ook nog tegenop boksen. Je ziet hoe alles 'verrechtst'. Racisme is weer toelaatbaar in de openbare structuur en in de publieke ruimte.

Charis: Vooral bij mensen in machtsposities. Ik ben nog steeds niet goed van de uitspraken van Conner Rousseau een paar jaar geleden tijdens een feest in Sint-Niklaas, in gesprek met een groepje politieagenten. Nu is hij gewoon terug, weer helemaal de baas van zijn partij.

Wat Caroline Gennez stellig poneerde naar aanleiding van de controverse over de subsidiëring van de podcast van Het Wassalon (over diversiteit en inclusie), is het minste wat je als politicus kunt en moet doen: inclusief denken en beleid voeren.

Charis: Exact.

Shelsia: Het is vreselijk wanneer iemand die niet in Brussel woont, zegt: 'Ik voel me niet >span class="NormalTextRun SCXW18938338 BCX2"> in Molenbeek', of: 'Als ik daar ben, dan zie ik België niet meer.' Men reageerde daarop met een uitnodiging voor een rondleiding in Molenbeek. Te gek! Men ging niet eens het gesprek aan. Men zei al meteen: 'Ik begrijp dat je dat beeld hebt, maar ik zal je rondleiden en dan zal je beeld misschien veranderen', en niet: 'Het is niet oké om dat te zeggen.'

Het is die reactie op racisme en uitsluiting die me altijd het meest verbijstert. En de regelrechte haat die online wordt gespuid, die zomaar passeert! Als je je dan realiseert welke gemeenschappen hun woorden eindeloos moeten wikken en wegen, en heel hard moeten nadenken voordat ze bepaalde uitspraken maken, alle mogelijke consequenties in kaart moeten brengen voor ze iets zeggen ... Er wordt ons altijd gezegd dat we het gesprek moeten aangaan, maar op het moment dat men mensen gaat schofferen, kan er geen gesprek plaatsvinden.

Er komt gelukkig in het publieke debat uiteindelijk wel een tegenreactie.

Shelsia: Een zeer solidaire tegenreactie. Ik studeer in Brussel en ik woon er ook al eventjes en ik merk het ook. Als we bezig zijn met een project, krijgen we steevast warme reacties.

(Foto): Yaya Michiko, Expo Frames of Us, 2025

"Het idee is om in België "zwartheid" in beeld te brengen, een veelomvattend concept"

Mensen komen langs en laten ons weten dat ze er deel van willen uitmaken. We zijn een place to be, zelfs! Dan merk ik dat er binnen mijn gemeenschap geen sprake is van conflict, en dat mijn gemeenschap groter is dan ik dacht.

-8-

Luc Geeraert

Over taal op ritme en woorden als ontmoetingsplek

Interview: Nico Pattyn

-9-

BIO Luc Geeraert (°1968) is afkomstig uit Brussel. Hij studeerde voor bio-ingenieur aan de KUL en bleef in Leuven wonen. Hij werkte als onderzoeker aan de universiteit en voor bedrijven als Janssen Pharmaceutica. Schrijven doet hij al van jongs af aan. 
Naast twee romanprojecten legde hij zich vooral toe op kortverhalen, schrijft als freelancer wetenschappelijke teksten en is sedert drie jaar actief als slam poet. In 2025 werd hij Gents slampioen, hij werd ook tweede en winnaar van de publieksprijs in de finale van Belgisch kampioenschap en vierde in de finale van het Nederlands kampioenschap.

Luc, hoe ben je in de wereld van de slam poetry terecht gekomen?

"Na mijn studies als bio-ingenieur ging ik in de sector aan de slag, eerst als onderzoeker aan de KU Leuven en daarna bij Janssen Pharmaceutica. Op een bepaald moment heb ik dan een half jaar tijdskrediet genomen - dat kon toen nog. Ik wou iets anders, ik wou iets doen met schrijven. Ik maakte al gedichten van toen ik tien jaar was en die passie was gebleven. Ik werd wetenschappelijk schrijver en trok in de vakantie met de kunstorganisatie Wisper op schrijfcursus naar Sainte-Croix in het Franse departement Drôme. Een wereld ging voor mij open, en sindsdien - ondertussen twintig jaar lang - ben ik intensief blijven schrijven."

Dat waren vooral kortverhalen?

"Veel kortverhalen, inderdaad. Ik heb ook romanprojecten uitgewerkt. Aan het eerste heb ik zeven jaar geschreven. Maar de wereld van de uitgeverijen is klein, je moet een netwerk hebben. Bovendien voldoen debutanten meestal aan een bepaald profiel. Ze zijn vaak jong, hebben taal- en letterkunde of filosofie gestudeerd, weten wat ze willen. 
Ik had het gevoel dat het bij mij wat te laat in mijn leven kwam. Dan belandt je manuscript op de slush pile, de stapel met ongelezen ingezonden materiaal. Daar zit ook veel werk bij met onvoldoende kwaliteit, maar ik kreeg wel nuttige feedback van een enthousiaste redacteur. Ook Els Moors, een uitstekende schrijver die Dichter des Vaderlands is geweest, las het manuscript en gaf mij waardevolle adviezen. Ik heb er dus koppig aan doorgewerkt, en ben ook aan een tweede project begonnen, een roman in dertig kortverhalen die losweg met elkaar te maken hebben en zo een microkosmos creëren. Ik schrijf graag, maar het commerciële aspect van het schrijverschap zal mij nooit echt liggen."

Hoe ben je daarna op de podia beland?

"Er zijn toegankelijke circuits waar je iets op het podium kunt brengen, zoals De Sprekende Ezels. Maar ik durfde dat niet zomaar, ik heb eerst een beginnerscursus gevolgd. Ik heb dan deelgenomen aan een wedstrijd in Leuven en haalde meteen de selectie voor de finale. Het was een leuke ervaring. Schrijven is een eenzame bezigheid. Je zwoegt lange tijd aan een tekst en ten vroegste weken later, krijg je feedback. Bij slam poetry heb je onmiddellijk reactie. Je voelt meteen aan de interactie met het publiek het effect van je tekst en de manier waarop je die brengt. 
Die eerste ervaringen waren mij prima bevallen en ik volgde opnieuw een cursus in Sainte-Croix bij slam poet Bart Vereecke. Hij gaf uitstekende, opbouwende feedback. Ik nam aan meer wedstrijden deel. 
In 2025 won ik de Gentse Slam Aleikum en werd vervolgens Gents slampioen. Dat was voor driehonderd toeschouwers in de Minard, een intense ervaring. 
Op het Belgisch kampioenschap (CBK) in Luik werd ik tweede en won ik de publieksprijs. Ik nam ook deel in Nederland aan het slamkampioenschap. Ik geraakte er tot in de finale met opnieuw een 300-tal toeschouwers. 
Tijdens die finale was de jury streng voor mij, ze bleken andere stijlen meer te waarderen maar ik had er wel de absolute steun van het publiek."

Als buitenstaander vind ik het merkwaardig dat slam poetry zo vaak via wedstrijden en dus in een competitieve sfeer plaatsvindt.

"Slam poetry is oorspronkelijk ontstaan in de jaren zeventig van de vorige eeuw in Chicago, als reactie op het wat saaie karakter van literaire lezingen. Daarom werden er slams georganiseerd, competities waarbij de deelnemers een tekst van drie minuten brengen. Dat heeft zich uitgebreid tot de rest van de Verenigde Staten en uiteindelijk ook tot bij ons. Het is ook verder geprofessionaliseerd. 
Het competitieve aspect heeft zijn nadelen. Er zijn altijd mensen die onder het jurysysteem lijden. De ene dag is de andere niet, je kunt bv. verblind zijn door het licht op het podium, iets kan je uit balans brengen, je kunt een black-out hebben. Ideaal voor een BK finale zou zijn, dat je eerst twee teksten kan brengen en dat het gemiddelde bepaalt wie de drie deelnemers zijn die strijden voor de titel. 
Er heerst een toffe sfeer tussen de deelnemers en een sterke collegialiteit. Zo zijn we op weekend geweest met alle finalisten. Mijn vriendin Vanessa heb ik via slam leren kennen; tijdens een battle."

Ik heb je 'Appeltekst' en 'Levenslijn' horen brengen. Er zitten heel persoonlijke aspecten in, vermengd met beschouwingen over het leven in het algemeen. Ik heb ook al slam poets gehoord die sterk op maatschappelijke >span class="NormalTextRun SCXW18938338 BCX2">'s inzetten, zoals Bekvegter. Waar haal jij vooral je >span class="EOP Selected SCXW18938338 BCX2" data-ccp-props="{"335559738":0,"335559739":160}">

"Ik probeer het maatschappelijke te koppelen aan het persoonlijke. Ik vertrek van iets kleins. Zo maakte ik een tekst over een 'dinokoek', waarbij ik uitkwam bij zaken als 'uitsterven' en een 'op hol geslagen maatschappij'. Louter sociaal geïnspireerde teksten liggen mij minder. Ik wil in een tekst vertellen over iets dat mij raakt. Deze zomer schreef ik bijvoorbeeld een tekst over de hittegolfuitspraken van >span class="NormalTextRun SCXW18938338 BCX2"> Francken. En ik heb een tekst gemaakt naar aanleiding van een situatie waarbij mijn vader aan het sukkelen was met de ticketmachines van de NMBS en ik kwaad werd op het onpersoonlijke systeem daarachter. Ook dat aspect zit in mijn teksten."

Van kortverhalen naar slamgedichten moet wel een grote omslag zijn geweest?

"Jawel, maar ik kan in verschillende registers schrijven. Ik moet tenslotte ook wetenschappelijke teksten opmaken. In mijn proza had ik al oog voor ritme en beelden. Zowel als lezer en als schrijver is poëzie intensiever. In het begin is dat wat zoeken. Bij poëzie heb je het keurslijf van het rijmschema.

"Ik schrijf graag, maar het commerciële aspect van het schrijverschap zal mij nooit echt liggen"

In het Nederlands werkt het eindrijm heel dwingend. Je leert je te onttrekken aan dat rijmschema. Ik werk richting de zintuigen, waarnemingen, beelden die passen bij het onderwerp. Ritme is heel belangrijk. Bij een goede tekst word je als het ware meegezogen door dat ritme. Het gaat om klankspel, opsommingen

-10-

met de juiste klanken. Ik vind het knap hoe men daar bij hiphop in slaagt, al is dat nog een apart genre. Ook Kae Tempest vind ik heel sterk. 
Nederlands is een moeilijke taal voor slam poetry. Op Belgische kampioenschappen winnen vooral Franstaligen. Het Frans heeft een andere muzikaliteit. Het werkwoord staat bv. nooit op het einde van de zin, wat meer vrijheid geeft bij het rijmen. Op het laatste Belgische kampioenschap (2025) werd ik tweede, na Miss Baker. Wat zij brengt in het Frans neigt soms naar zingen."

Moet je veel repeteren om een slamgedicht te brengen?

"Eenmaal een tekst geschreven is, oefen ik zo'n twee maanden, dagelijks. Het is hard studeren op de tekst om die uit het hoofd te leren. Daarna leg ik me toe op het ritme, de pauzes, de toon (droevig, boos, ...), het rijm benadrukken of verbergen. Ik pas dan nog dingen aan, krijg nog suggesties voor veranderingen. 
Wanneer ik de tekst >span class="NormalTextRun SCXW18938338 BCX2"> vanbuiten kan brengen, betekent dat nog niet dat dit lukt in een zaal, je moet nog verder oefenen. Een black-out bij een optreden is altijd mogelijk. Als ik vastloop op het podium spring ik naar het eerste stuk tekst dat ik wel nog weet, of improviseer naar dat punt. 
Er bestaan ook competities, de zogenaamde 'battles', waarbij twee dichters met elkaar communiceren. De tweede formuleert een antwoord op de eerste. Daar moet je improviseren, maar ook proberen te manoeuvreren naar een eigen stuk tekst dat je goed kent. Je mag dan niet nadenken, je moet zeggen wat er in je hoofd opkomt. Als je je tekst vanbuiten kent bestaat ook het gevaar dat je gedachten wegdrijven en dat kan storend werken. Ik dacht vroeger te veel na bij het improviseren, maar ik leerde dat onder controle te krijgen. 
Bij poetry slams moet je het publiek wel de indruk geven dat je jouw tekst op het moment zelf beleeft. Je gaat ook in interactie met het publiek, je voelt bv. wanneer je wat moet vertragen."

"Mijn slamleeftijd is echter pas drie jaar, in die zin ben ik helemaal een nieuwe stem"

Welk publiek tref je vooral aan op die poetry slams?

"Dat is heel gevarieerd. Deelnemers brengen hun supporters mee. Je ziet dus veel jonge mensen, twintigers en dertigers. Nieuwe Belgen zie je meer op bv. Slam Aleikum, of wanneer de avond wat meer hiphop georiënteerd is. Het is een heel open wereld. 
Het is wel een nadeel wanneer Nederlands of Frans niet je moedertaal is. Je kunt in een tweede of derde taal minder met het taalregister en met die gelaagdheid spelen. 
Bij de deelnemers zijn er wellicht wat meer vrouwen dan mannen. Er zijn veel jonge deelnemers maar Belgisch kampioene Miss Baker is 61 jaar, ikzelf word 58. Mijn slamleeftijd is echter pas drie jaar, in die zin ben ik helemaal een nieuwe stem."

"Bij slam poetry heb je onmiddellijk reactie"

De poetry slams hebben je successen gebracht. Heb je ook andere literaire toekomstplannen?

"Via een publicatie van een kortverhaal in een tijdschrift kwam ik in contact met een uitgeverij, De Kremkoll. Zij geven een reeks pockets uit met verhalen, in nichegenres als magisch-realisme, fantasy en sciencefiction. Bij hen heb ik in 2025 een bundel kortverhalen uitgebracht met als titel 'Wolken vallen niet'. Ik ga door met slam poetry en met verhalen schrijven. En als ik een van mijn manuscripten kan publiceren, zeg ik niet neen."

Zit je soms met twijfels? Niet elk project resulteert in een publicatie. En je schrijft wellicht gedeeltelijk voor jezelf, maar ook voor een publiek.

"Ik blijf schrijven wel boeiend vinden. En natuurlijk schrijf je ook voor de buitenwereld. Het is een uitdaging om de kring van familie en vrienden te overstijgen met je werk, maar dat lukt nu wel. Omgaan met uitgeverijen kan frustrerend zijn. Ik heb geen problemen met goed onderbouwde opmerkingen, dat is leerrijk. Maar soms krijg je ook reacties waarbij je denkt dat men je manuscript nooit gelezen heeft. Daarom had ik bij mijn tweede romanproject geen zin meer in die ervaringen. Ik heb voor mezelf beslist dat ik op de eerste plaats voor het creatieve plezier schrijf en perform zonder verwachtingen op het vlak van uitgeven of punten scoren. Maar ik laat me graag verrassen."

Luc, hartelijk dank voor het gesprek.

(Boekcover): 
WOLKEN VALLEN NIET 
EN ANDERE VERHALEN 
LUC GEERAERT

-11-

DEUREN / PORTES 
17:30 
28.11.2026

VIERNULVIER 
SINT-PIETERSNIEUWSTRAAT 23 
9000 GENT

BELGISCH KAMPIOENSCHAP - CHAMPIONNAT DE Belgique 
POETRY SLAM

Vermeylenfonds 
viernulvier 
P&V Verzekeringen 
huis van de mens

-12-

U WAS WEER GEWELDIG!

U was weer geweldig!

Debat: De Eritrese gemeenschap in Roeselare

In Roeselare groeit een Eritrese gemeenschap die, ondanks moeilijke leefomstandigheden, steeds meer deel uitmaakt van het sociale weefsel van de stad. Eritreeërs tonen veel talent, veerkracht en ambitie. Met hun mateloze passie voor wielrennen >span class="NormalTextRun SCXW32069388 BCX2"> ze een bijzondere band met de Vlamingen. 
Dit debat bracht verschillende stemmen samen en zette dialoog, ontmoeting en menselijke waardigheid centraal. Samen gingen we op zoek naar meer begrip, verbinding en vertrouwen. 
Gasten: Elien Spillebeen, Stijn Vercruysse, Tina De Gendt en diverse gasten uit de Eritrese gemeenschap van Roeselare.

Ename, waar erfgoed spreekt!

Vermeylenfonds Lievegem en Eeklo brachten een bezoek aan de Erfgoedsite Ename en aan het huis en de tuin Beaucarne! De tentoonstelling 'Macht, verlies en herleving in Ename' neemt een duik in de geschiedenis van de machtige abdij. Topstukken vertellen elk hun beklijvend verhaal. 
Huis Beaucarne is een uitzonderlijke 18de eeuwse woning die sinds 1748 onafgebroken bewoond, verzorgd en bewaard wordt door dezelfde familie. Een verhaal vol passie, verwondering en erfgoedliefde, van de Verlichting tot vandaag. Authentieke salons, tijdloze kamers vol curiosa, een rariteitenkabinet tot exotische planten, objecten en archieven uit de voormalige abdij van Ename. Een wandeling door de tuin bracht ons bij een zeldzame beschermde druivenserre met maar liefst 3 verdiepingen. 
We bezochten ook de tentoonstelling 'as time goes by' in Beukenhof-Phoenix Galleries te Kluisbergen waar kunst en passie samen komen tijdens Sculptour 26.

(Foto's): niet omgezet

-13-

GOED NIEUWS

Goed Nieuws

Nieuwe gezichten, nieuwe verhalen bij het Vermeylenfonds!

(3 foto's): niet omgezet

Gorrit Goris

"Wat ik zoek vind ik zelden, maar wat ik vind is altijd meer", is de filosofie waarmee Gorrit steevast aan de tekentafel zit. Als conceptuele, technisch-creatieve troubleshooter zoekt hij voortdurend naar innovatieve technieken om emoties over te brengen. Voor hem zijn art direction en grafisch ontwerp geen louter beroepen, maar de ultieme uitdrukking van zijn creatieve ziel.

Omdat niet elk verhaal in een visueel ontwerp past, ging hij op latere leeftijd opnieuw studeren om zich te verdiepen in literaire technieken. Via taal geeft hij vorm aan momenten waarop zijn creativiteit op drift slaat. Hij reist door onbekende werelden, experimenteert met woorden en stelt vastgeroeste waarden in vraag.

Gorrit ademt door verbeelding. Hij omschrijft zichzelf als grenzeloze fantasie, maar evengoed als het geluid van een bulderende lach en het gevoel van zand onder blote voeten. Wanneer hij niet bezig is met het vertalen van abstracte ideeën, werkt hij in de luwte aan het absurde universum van zijn satirische cartoons of eert hij trouw de wekelijkse traditie van de zondagse frietdag.

Tijl Pannecoeck

Tijl is communicatiemedewerker. Werkende rond websitebeheer, videografie, en vlotte communicatie, zet hij verbeelding om in krachtige verbinding. Als tegengewicht omringen, samen met boek en natuur, boardgames zijn gedachten in het weekend. Goedlachs, met stralende blik en hulp van de nodige chocolademelk, laat hij enthousiast zijn stappen na in deze nieuwe sector voor hem.

Utku

Hey allemaal, 
Ik ben Utku, >span class="NormalTextRun SCXW32069388 BCX2"> new kid on >span class="NormalTextRun SCXW32069388 BCX2"> block! 
Ik ben fotograaf van opleiding, barista qua achtergrond, een creatieveling die graag buiten de lijntjes tekent met een oog voor esthetiek, én een sociale vlinder die altijd te vinden is voor allerlei genres van muziek, dansen en popcultuur. 
Momenteel versterk ik het communicatieteam in Gent, maar op termijn wil ik mijn vaardigheden als beeldenmaker en tentoonstellingsmaker ook graag verder inzetten en bijschaven binnen het Vermeylenfonds. 
Mocht je dus ooit een fotograaf, interviewer of curator zoeken, klop dan gerust bij me aan met een mailtje of een berichtje via Utku@vermeylenfonds.be! 
Ik kijk uit naar onze samenwerking en hoop jullie allemaal snel te ontmoeten!

-14-

BLACK LENS ARCHIVE (BLA)

Black Lens Archive (BLA) is een platform dat via fotografie zwarte verhalen en aanwezigheid in België wil archiveren.

Frames of Us nodigt enkele deelnemers uit om gedurende meerdere maanden hun dagelijks leven te documenteren via fotografie, met aandacht voor de momenten, mensen en plekken die hun werkelijkheid vormgeven op een manier die voor hen authentiek aanvoelt.

Met Frames of Us willen we deelnemers de ruimte geven om auteur te worden van hun eigen verhaal en beeldvorming. Dit participatief fotoproject mondde uit tot een expo en de eerste editie vond vorig jaar plaats in oktober 2025 in Zsenne Art Lab in Brussel.

De expo bracht het werk samen van vier zwarte jongeren verbonden aan de stad Brussel.

David Bayo had een focus op emoties, spontane momenten en de tegenstelling tussen een snel leven en momenten van stilte.

(Foto's): niet omgezet

Juliette Kuffour vindt schoonheid in kleine, alledaagse momenten en werkte ook rond het >span class="NormalTextRun SCXW32069388 BCX2"> van de natuur. (Zie ook de foto op de cover)

-15-

Ange Kayumba vertrok vanuit familie, dagelijks leven en culturele herinneringen. Haar werk onderzoekt het leven tussen Belgische en Rwandese culturele invloeden, waarbij identiteit en verbondenheid centraal staan.

Yaya Michiko had een focus op zwarte community spaces in Ixelles en zwarte vrouwelijkheid. 
(zie ook foto's pag.7 en 8)

-16-

RECENSENT

Recensent

(2 boekcovers): 
- Patrick Van Gompel - MEMOIRES VOL LEVEN EN DOOD - Pelckmans 
- Met Danni Heylen & Hans Van Cauwenberghe - DOODGRAAG - Naar het boek van Patrick Van Gompel

De kunst van een goede slotscène ...

Sinds zijn pensioen heeft oorlogsjournalist Patrick Van Gompel niet stilgezeten. Drie jaar geleden verscheen zijn boek Nou en over waarom de Nederlanders zo Nederlands zijn. Nu ligt de opvolger klaar. Memoires vol leven en dood is een heel persoonlijk, openhartig boek met het verhaal over het afscheid van zijn ouders en twee van zijn broers, maar ook over hoe hij als oorlogsjournalist met de rauwheid van de dood werd geconfronteerd. 
Tegelijk met het verschijnen van het boek komt het toneelstuk Doodgraag in première. Een stuk dat gaat over afscheid, euthanasie en zelfbeschikking.

Patrick, jouw nieuwe boek gaat over verlies en rouw, over het geweld dat mensen elkaar aandoen, maar ook over zingeving, over liefde en hoop. Had je van bij het begin het idee om er een dubbel project van te maken, een boek en een toneelstuk?

Patrick Van Gompel: "Mijn eerste bedoeling was om een toneelstuk te maken. Het verhaal van het overlijden van mijn moeder en haar keuze voor euthanasie was zo'n helder verhaal. Ik heb veel opgeschreven tijdens haar stervensproces. Ik zag het sterven van mijn moeder en wat er allemaal in het ziekenhuis in Turnhout gebeurde, met de tegenstand van de katholieken daar. Terwijl ik aan het noteren was, dacht ik: 'Er speelt zich een toneelstuk voor mijn ogen af.' Ik was nog bij VTM Nieuws aan het werk. Op de trein kwam ik Ignace Cornelissen tegen en vertelde hem dat ik ooit een toneelstuk zou willen maken over de dood van mijn moeder. Hij zei: "Goed, bel maar wanneer je daarvoor klaar bent en je tijd hebt." Daar zat zes jaar tussen en dan zijn wij eraan begonnen, met het toneelstuk voor ogen. Maar door het verhaal op te schrijven ontstond er ook een boek. Mijn moeder kon kiezen voor euthanasie. Toen mijn vader stierf in 1986 was er nog geen euthanasiewet. Hij is door de huisdokter met morfine doodgespoten. Mijn twee oudere broers hebben nooit willen kiezen voor euthanasie. Die verschillende verhalen moesten ook een boek worden."

Vond je het moeilijk om erover te schrijven?

"Zeker. Ik heb wel ondervonden dat ik er makkelijker over kon schrijven dan dat ik erover kon praten, in mijn cocon achter een computerscherm, op momenten dat niemand me lastigviel. Je steekt je nek uit, je geeft jezelf bloot. Maar het voelde goed om dat te doen. Ik wist dat het vroeg of laat zou moeten gebeuren. Een boek schrijven gebeurt niet uit vrije wil. Dat is noodzaak. Dat is wat moet gebeuren, een onweerstaanbare drang, dwang. Het moest eruit, vroeg of laat."

In de oorlogssituaties die je hebt meegemaakt, ben je vaak met de dood geconfronteerd. Heeft dat jouw kijk op sterven veranderd?

"Die is altijd heel helder geweest. Ik ben altijd dankbaar geweest voor elke dag. Ik wist al heel snel dat, omdat ik in oorlogsgebieden kwam, je niet te veel moet mopperen. We betalen veel belastingen, we leven in een geweldig land. Ik ben min of meer gezond. Er valt niet veel te klagen. Ik heb altijd wel een humanistische visie gehad. Maar echt veranderd? Ik wist al heel snel hoe het leven in elkaar zat. Ik kan eigenlijk ongelooflijk gelukkig leven."

Jouw moeder heeft zelf kunnen beschikken over haar einde. Een oorlogssituatie verschilt daar helemaal van. Je zag in 2014 in Kiev hoe mensen neergeschoten werden door scherpschutters. Hoe ga je om met die tegenstelling?

"Ik herinner me dat nog heel goed. Je ziet aan de ene kant de politie, die het regime beschermt, aan de andere kant de rebellen, die het regime weg willen. Ik sta op de tiende verdieping te kijken, als een voetbalreporter die daar commentaar opgeeft. Je ziet mensen naar die politie lopen, met fietshelmen en houten schilden. Je weet dat binnen vijf seconden veel van die mensen dood zijn. En zij wisten dat zelf ook. Ze hebben letterlijk gevochten voor hun vrijheid, hun leven gegeven voor hun vrijheid. Dat gaat zeer ver. Zij beschikten ook niet over een vrije wil. Er moest gevochten worden. Zoals de situatie momenteel in Oekraïne is, dat is een kwestie van overleven."

Als je geconfronteerd wordt met de zinloosheid van dat geweld, leer je dan de autonome keuze die wij hier hebben meer appreciëren?

"Ja. Het verbaast me trouwens dat niet meer mensen soeverein leven. 
Mijn moeder heeft dat heel mooi samengevat: 'Een mens wil waardig leven, maar een mens wil ook waardig sterven.' Door de euthanasie van mijn moeder heeft zij ons verdriet enorm verlicht. Door ons op haar 92ste te laten zien 'kijk eens, zo gaan we het doen, zo zou ik het willen'. Dat is prachtig. We hebben met dikke tranen maar ook met een hartelijke glimlach afscheid kunnen nemen. Dat is weinig mensen gegund.

-17-

Ik begrijp de zin van het lijden niet. In een aantal geloofsgemeenschappen is dat blijkbaar verdienstelijk. Ik zou niet weten waarom. Het boek is een pleidooi voor de aanpassing van de wet op euthanasie. In het boek neem ik meer positie in. Mijn broers hadden hetzelfde standpunt. Die wilden blijven leven en konden de dood moeilijk aanvaarden. Maar hun longkanker heeft hen ingehaald. Mijn vader had geen keuze. Dat was echt afzien. Mijn moeder wilde het afzien vermijden. Dat zijn verschillende gevallen. 
Ik denk dat aanvaarding de oplossing van verdriet is. Van zodra je het verlies kan aanvaarden, denk ik dat de weg naar herstel veel gemakkelijker is. Misschien is de essentiële bedoeling van dit boek, dat je als lezer nadenkt over wat er met jou moet gebeuren als het zover is. Een pleidooi om je eigen einde in handen te nemen. Je moet zelf kiezen wat je het beste vindt. Als je kiest om nog twee jaar te lijden, met daarna palliatieve sedatie, doe dan maar. Als dat een keuze is, doe maar. Maar ik weet ook dat er andere prachtige oplossingen zijn. Niks moet. Dat is wat me verveelt aan de wetswijziging die op til is. Geen enkele godsdienst heeft hier iets over te zeggen. Het is een vrije keuze, je moet niks. Elk argument dat van een godsdienst komt, is eigenlijk van geen enkele tel, want dat is een verzonnen verhaal uit verzonnen boeken. Je moet niet doen alsof daar waarheden in staan."

Je hebt afscheid genomen van vier dierbaren. Zelf bleven jij en je vrouw ook niet gespaard van ziekte. Hoe ga je om met zo'n opeenstapeling van verdriet?

"De geruststelling van 'nu is alles ok' is bij ons gepasseerd. Wij nemen het leven zoals het is. We doen de dingen waarvan we vinden dat we ze nog moeten doen. Een van mijn uitspraken met vrienden in het restaurant tegenwoordig is: 'Denk eraan, binnen twintig jaar zijn we allemaal dood.' Als ik een gerecht kies en het ene is iets duurder dan het andere, dan kan me dat geen barst schelen. In 2027 word ik zeventig jaar. Ik ga ervan uit dat mijn vrienden en ik binnen twintig jaar dood zijn. Dus ja, geniet ervan. Spijt vind ik verloren tijd. Je moet vooruitkijken in het leven. Niet te lang stilstaan bij de dingen die gebeurd zijn ... je kan er niets aan veranderen. Dat helpt me ook bij verdriet."

Dat is de stoïcijnse houding.

"Ja, ik ben een grote fan van de stoïcijnen. Ik denk altijd: 'ik ben er nog'. Je kan daar ook anders over denken: 'het is erg dat ik er nog ben'. Maar nee, het is niet omdat mijn broers gestorven zijn dat ik zo moet denken."

Je broers zijn voor jou een blijvende >span class="EOP Selected SCXW32069388 BCX2" data-ccp-props="{"335559738":0,"335559739":160}">

"Absoluut."

Ga je in gedachten nog met hen in gesprek?

"Ja. Ze oordelen nog altijd over wat ik doe. Ze zijn gelukkig verschillend. De ene lacht nog sneller dan de andere. Dus ik heb er wat aan. Ze bieden twee visies. Ze geven me echt kracht. Ze geven ook mee dat ik me niet moeten laten doen. Mijn oudste broer leefde nog toen we in het ziekenhuis de strijd moesten aangaan tegen het afdelingshoofd van de palliatieve afdeling. We hebben die man de mond gesnoerd. We vonden dat hij zich hovaardig gedroeg. Hij heeft er echt alles aan gedaan om er palliatieve sedatie van te maken omdat dat niet anders paste in zijn hoofd. Gelukkig is er veel aan het veranderen. Er is al een goeie wet, maar die kan nog beter, vooral om de

-18-

vrije wil van de mens te beschermen. Er stelt zich een gigantisch probleem bij mensen met dementie."

(Afbeelding): repetitie Doodgraag

Die moeten nu veel te snel de keuze maken.

"Er is al de mogelijkheid van de negatieve wilsverklaring. Ik zit helemaal op de lijn van Wim Distelmans. Als ik nu zo meteen een beroerte krijg, dan valt er niet meer te kiezen volgens de huidige wet, tenzij ik via de negatieve wilsverklaring heb aangegeven wat ik allemaal niet wil. Maar er moet ook vastgelegd kunnen worden dat, als ik plots tegen iedereen 'koekoek' zeg, er mag worden ingegrepen."

Je sluit het boek af met een citaat van Seneca: 'Wat geldt voor een toneelstuk, geldt ook voor het leven: het gaat er niet om hoelang het duurt, maar hoe goed het acteerwerk is. Het maakt niets uit op welk punt je stopt. Hou op waar je wilt, zorg alleen voor een goede slotscène.'

"Ik vind dat geweldig. Waardig sterven is in het leven een mooie slotscène. De manier waarop je sterft, is iets dat mensen onthouden. Als visie op het leven is dat heel symbolisch."

Het toneelstuk is geen kopie van het boek geworden. Het heeft een heel eigen karakter gekregen. Het wijkt af van jouw eigen verhaal.

"Het was een heel proces. Ik heb er met Ignace Cornelissen veel over gepraat. De eerste versie van het toneelstuk vond hij een goed verhaal, maar voor hem waren het twee monologen naast elkaar en geen toneelstuk. Ik had van het ene personage een godsdienstleraar gemaakt, om allerlei godsdienstige argumenten tegen euthanasie uit te spelen. Er zat ook nog een dementerende schoondochter in. Na veel praten kwamen we tot de keuze van een oorlogsverslaggever om zo nog dichter en dieper te kunnen gaan. Dan hebben we er Paul Govaerts bijgehaald, die de toneeltekst heeft geschreven. Maar het is raar. Het boek is non-fictie. Het toneelstuk is fictie. Maar waar zit de grens? In het boek zit veel wat ik niet heb neergeschreven in het stuk. Ik hoop dat de lezer zelf ook dingen kan verbinden."

Wat kan een toneelstuk volgens jou dat een boek niet kan?

"Ik denk dat een toneelstuk veel dichter kan komen. Acteurs zijn mensen die op een heel levendige manier een tekst brengen. Het is geen neergeschreven tekst die je leest aan een eigen ritme. Toneel kan veel meer inwerken op gevoelens, kan ingrijpender zijn. Een ongelooflijk boeiend proces. Ik ontdek een heel nieuwe wereld. David Bowie heeft daar mooie dingen over gezegd. Zodra je iets maakt om je publiek te pleasen of je zit in een omgeving waarin je je superveilig voelt, gaat dat ten koste van je creativiteit. Het remt je. Je moet altijd je grenzen blijven verleggen. Dat heb ik hier ook geprobeerd. Die good old David Bowie heeft me daarin geholpen. Je moet niet te snel tevreden zijn."

Wat hoop je dat mensen meenemen wanneer ze de >span class="NormalTextRun SCXW32069388 BCX2"> verlaten?

"Dat ze bij zichzelf denken: 'Zo had ik het nog niet bekeken. Ik moet het er met andere mensen over hebben.' Dat er wordt gehandeld. Dat ze het bespreken met de familie en medisch deskundigen om te kijken welke stappen kunnen gezet worden."

Tot slot, het boek is een pleidooi voor een vol leven. Wat raad jij mensen aan?

"Als de trein voorbijkomt, spring erop. Laat geen enkele kans liggen om van het leven te genieten en om de juiste keuzes te maken. Zeg op tijd wat je denkt. Dat kan zeer vervelend zijn, het kan pijn doen in vriendschappen, maar daardoor duren ze wellicht langer. Het is toch ongelooflijk hoe we in Vlaanderen 'meesters in het zwijgen' zijn. Wij zeggen zoveel dingen niet. Doe je mond open. Ook in relaties. We zwijgen zoveel. Mensen moeten vaak raden wat de andere bedoelt, terwijl het net zo goed kan gezegd worden. Niet voortdurend op zoek gaan naar geluk, maakt een mens gelukkig. Je moet met het leven bezig zijn, niet met wat erna komt want dat komt niet."

Patrick, hartelijk dank voor dit fijne gesprek. Ik kijk al uit naar de première.

Interview: Tom Cools

Info speellijst 
Doodgraag: demens.nu/project/doodgraag. 
Boek 
Memoires vol leven en dood, Patrick Van Gompel, uitgeverij Pelckmans.

undefined

Binnenkort ook te beluisteren via Diva's zonder Dogma's; een podcast waar verhalen ruimte krijgen. Voor en over de (veer) kracht van vrijheid. I.sm. vermeylenfonds, PEN Vlaanderen en met de steun van deMens.nu.

-19-

VERMEYLENFONDS QUIZ 
DURF JIJ DE QUIZ VAN EEN EUROPEES KAMPIOEN AAN? 
VRIJDAG 9 OKTOBER 2026

Vrijdag 9 oktober 2026 vanaf 18.00 uur, start om 19.00 uur in De Brug 
€ 25 per tafel (2-4 personen per ploeg). 
Maximum 25 ploegen, schrijf je tijdig in! 
>span class="NormalTextRun SCXW98415106 BCX2" data-ccp-charstyle="Hyperlink">tina.caus@skynet.be 
De inschrijving is pas finaal na bevestiging

Kunst als pleister of heling? 
Beuys, Kiefer e Richter.

undefined

SAT 19.09.26 
10:00 - 02:00 
QUE ERX 
Grands Carmes 
RUE DES GRANDS CARMES 
20/22 
1000 BXL

-20-

AGENDA

Agenda

Een greep uit het aanbod ... voor méér kijk op www.vermeylenfonds.be

VF Koksijde 
8/10/2026 - 14.30u De jaren zeventig - 
Frank Van Laeken 
Welke maatschappelijke en politieke kwesties uit de jaren zeventig bepalen vandaag nog altijd ons wereldbeeld? En leren de 'powers >span class="NormalTextRun SCXW98415106 BCX2"> be' wel genoeg uit de geschiedenis? 
Info: eugeen.de.picker@telenet.be. Locatie: Vrijzinnig Huis, Galloperstraat 48, 8670 Koksijde.

VF Mol 
24/9/2026 - 19u Van Mol naar Congo - 
Twee Mollenaren in een koloniale wereld 
Archivaris Bart Swusten vertelt het verhaal van baron Edmond van Eetvelde en pater Emile Van Hencxthoven, twee Mollenaren die elk op hun manier betrokken waren bij het Belgische koloniale project in Congo. Van Eetvelde was vertrouweling van Leopold II en speelde een belangrijke rol in de Congo Vrijstaat. Pater Van Hencxthoven vertrok als missionaris naar Congo, maar raakte daarbij verstrikt in het koloniale systeem en de grote menselijke gevolgen ervan. Locatie: Raadzaal 't Getouw, Molenhoekstraat 2, 2400 Mol

VF Brugge 
9/10/2026 18.00u 
Wil je quizzen tegen het kaliber van de allerbesten? Dit is je kans. Het Vermeylenfonds verwelkomt Nico Pattyn, een van de succesvolste quizzers die ons land ooit voortbracht. 
In 2007 kroonde hij zich tot Europees kampioen en werd hij de allereerste die de Britse quizmaster Kevin Ashman op het individuele EK versloeg. Met tientallen quizzen op zijn naam weet hij precies hoe je een avond opbouwt die blijft boeien. 
Hij stelde voor het Vermeylenfonds een uitdagende maar toegankelijke quiz samen, pittig genoeg om je hersenen te laten kraken en leuk genoeg om met je vrienden te spelen. Er valt bovendien heel wat te winnen, want er staan tal van prijzen op het spel ... 
Locatie: De Brug, Hauwerstraat 3A, Brugge. 
>span class="NormalTextRun SCXW98415106 BCX2"> via tina.caus@skynet.be.

VF Oostende 
Dit is Europa, Hendrik Vos 
29/9/2026 19.30 u tot 23.00 u 
Hendrik Vos is als Belgisch politicoloog verbonden aan de Universiteit Gent, waar hij ook directeur van het Centrum voor EU-studies is. Zijn specialisaties zijn Europese Politiek, Besluitvorming in de Europese Unie en Actuele vraagstukken van de Europese politiek. Met 'Dit is Europa' schreef hij het verhaal over de Europese eenmaking. 
Locatie: VLC De Geuzetorre, Kazernelaan 1, Oostende. Info: oostende@vermeylenfonds.be

13/10/2026 19.30 u 
Joseph Beuys Kunst als pleister of heling? 
Joannes Késenne 
Joseph Beuys verwerkt in >span class="NormalTextRun SCXW98415106 BCX2"> en performances zijn oorlogsverleden bij wijze van catharsis. Zijn artistieke ontwikkeling neemt de vorm aan van een welbepaald sjamanisme. De kunstenaar profileert zich als een nieuwe kunstgoeroe die de maatschappij wil genezen. Met zijn concept van 'sociale sculptuur' verbond hij het sociale lichaam met de creativiteit van elkeen. Volg ook de dinsdagavonden over Kiefer en Richter. 
Locatie: VLC De Geuzetorre. 
Info: oostende@vermeylenfonds.be

VF Genk 
14/11/2026 LK Slam Poetry - Off Grid in de bibliotheek van Genk 
Zin om het podium te veroveren met jouw woorden? Iedereen vanaf 16 jaar is welkom - zeker als je weinig podiumervaring hebt, of schrijven in het Nederlands niet vanzelfsprekend is. >span class="NormalTextRun SCXW98415106 BCX2"> kan via: kunstencultuurinverbinding@gmail.com

VF Eeklo i.s.m. Bibliotheek Eeklo. 
15/10/2026 19.30u Boekvoorstelling door Jeffrey Jones 
Jeffrey Jones stelt met trots zijn tweede boek "De Hymne: spreken is zilver, zwijgen is fout" voor. Een historische misdaadroman in het Oude Egypte waarvoor hij naar het land van de Nijl is gereisd. Jones die opgroeide in Eeklo is geen onbekende in de Meetjeslandse hoofdstad. Als vormingswerker van opleiding staat hij graag voor groepen, maar het is vooral de interacties met het publiek die hem doen opleven. Zijn lezing belooft een gezellig feest te worden met anekdotes, humor en

-21-

intrigerende verhalen. Hij wordt voor deze voordracht ondersteunt door niemand minder dan muzikaal talent, Raffaello Visconti waarmee hij al meermaals in volle zalen in het Gentse heeft gestaan. 
Locatie: Jeneverhuis, Herbakkersplein 2-4, 9900 Eeklo. 
Info: vermeylenfonds.eeklo@gmail.com of www.vermeylenfondsregiomeetjes.../

"Moderne tijd op je huid, in ieders leven" 
Vormgeving van de inrichting: meubelen, lampen, gebruiksvoorwerpen, textiel uit de Europese industriële geschiedenis waarbij fabrikanten vernieuwen door de beste verstandhouding tussen ergonomie en vormgeving.

Bezoek onder begeleiding (Gidsbeurt) 
HET MODERNISME MAGAZIJN 
Introductie (geschiedenis, evolutie) tot het modernisme in het magazijn van Oostende

alle informatie en bezoekdagen via 
Uitloket in Oostende of Gsm 0484245860

Gidsbeurten in oktober, november en december 2026

VF Kortrijk 
27/10/2026 19 u 
Karel Strobbe, historicus, vertelt over een

vergeten groep in WO II, de 225.000 krijgsgevangenen. In iedere familie was er wellicht iemand die dit lot heeft moeten ondergaan. 
Wat hebben ze ons al of niet verteld over die periode? Waar werden ze ingezet en voor welke werken? Hoe lang bleven ze gevangen en heeft de 'Flamenpolitik' meegespeeld? Hoe verliep het contact met het thuisfront? 
Boeiende vragen met ongetwijfeld nog boeiender antwoorden.

24/11/2026 19u. Dominique Willaert vertelt over Trump en de superrijken 
Locatie: VC Mozaïek, Overleiestraat 15A, 8500 Kortrijk

VF Maasmechelen 
19/10/2026 - 19.30u Mazenhoven rond 1920 
Een bijzondere filmavond over het leven in het Maasgehucht Mazenhoven rond 1920. De film uit 1978 brengt het dagelijkse leven aan de Maas opnieuw tot leven. Na de vertoning is er ruimte om herinneringen en verhalen te delen. Een avond vol nostalgie, erfgoed en verbondenheid met het Maasland. 
Locatie: huisvandeMens, Rijksweg 380, Maasmechelen i.s.m. Vermeylenfonds Maasmechelen en huisvandeMens

VF Maaseik 
26/11/2026 - 20u tot 22.30u Sinterklaas & Santa Claus - een magisch verteltheater met Filip Van Beurden 
Filip Van Beurden neemt je mee op een verrassende reis door de geschiedenis van Sinterklaas en Santa Claus. Van Nicolaas van Myra en de Nederlandse kolonisten in Nieuw-Amsterdam tot de Amerikaanse Santa Claus. Onderweg ontdek je ook het verhaal van enkele opmerkelijke, maar vaak vergeten Belgen. Locatie: Vrijzinnig ontmoetingscentrum Maasland, Prinsenhoflaan 29, 3680 Maaseik. i.s.m. Cultuursmakers Maaseik, A. Vermeylenfonds Maasmechelen en HV Maasland

Aanrader

Lezingenreeks voor in het kader van de tentoonstelling Constant Permeke. 
De Engelse jaren 1914-1919 in het Permekemuseum.

Donderdag 24 september - René Vermeir 
Belgische kunstenaars in Engeland en Wales tijdens de Eerste Wereldoorlog

Deze lezing schetst het bredere verhaal van Belgische kunstenaars die tijdens WOI naar het Verenigd Koninkrijk uitweken. Hoe integreerden zij zich in hun nieuwe omgeving en hoe zetten ze er hun artistieke praktijk verder? Ook de rol van het Belgische Ministerie van Kunsten en Wetenschappen komt aan bod.

Donderdag 22 oktober - Ludo Beheydt 
Een nieuwe kijk op Permeke

In deze lezing wordt Permekes 'eigensoortig expressionisme' opnieuw binnen het Europese kader geplaatst. 
Zijn werk verdient volgens Beheydt een volwaardige plaats naast het Duitse en Franse expressionisme, wat met nieuwe inzichten overtuigend wordt onderbouwd.

Alle lezingen gaan door van 19:00 tot 20:30 uur, met de mogelijkheid om vooraf de tentoonstelling te bezoeken.

Voor de leden van het Vermeylenfonds is er een voordeeltarief van €12 per persoon per lezing (i.p.v. €15), inclusief toegang tot de tentoonstelling.

(Afbeelding): Strand Devonshire uit 1917 door Constant Permeke

-22-

BV

Liesbet De Kock BV 
Klinisch psycholoog - filosoof

Interview: Paul Teerlinck en Johan Notte 
Foto's: Paul Teerlinck

Liesbet De Kock is sinds enkele maanden lid van het bestuur van het Vermeylenfonds. Tijd dus om haar eens voor te stellen.

Liesbet is dus psycholoog, maar ook filosoof. In haar beroepsleven heeft ze reeds een erg gevarieerd parcours afgelegd, gaande van academische functies over journalistiek tot federaal ambtenaar. "Dat getuigt zeker niet van wispelturigheid", zegt Liesbet, "maar eerder van mijn zoektocht naar zorg die mensen niet reduceert tot een diagnose, een tekort of een probleem. Dat sociaal engagement is meteen de rode lijn die doorheen mijn opleidingen en mijn beroepsleven loopt".

Je begon in de psychologie, maar kwam via de psychiatrische instelling Clinique de la Borde bij filosofie terecht.

Liesbet De Kock: "Ik ben psychologie gaan studeren met de eenvoudige vraag: hoe kan ik iets betekenen voor mensen? Maar binnen die opleiding kreeg ik daar eigenlijk geen bevredigend antwoord op. De psychologie voelde voor mij als een ontplofte confettifabriek: een beetje cognitieve >span class="NormalTextRun SCXW98415106 BCX2"> een beetje gedragstherapie, een beetje van alles. Tijdens mijn opleiding had ik het geluk gedurende zes maanden stage te kunnen lopen in de Franse psychiatrische >span class="NormalTextRun SCXW98415106 BCX2"> Clinique de la Borde. Men noemt dat vaak een antipsychiatrische >span class="NormalTextRun SCXW98415106 BCX2"> al was de directeur niet erg gediend met dat etiket. Maar er zat wel een sterk maatschappijkritische en ecologische visie in: mensen niet isoleren maar begrijpen binnen hun omgeving, hun relaties, hun dagelijks leven. Die maatschappelijke en politieke dimensie van die >span class="NormalTextRun SCXW98415106 BCX2"> heeft mij naar de filosofie gebracht en later naar geschiedenis en ethiek van psychiatrie en psychologie."

Na je studies heb je enkele jaren een academische loopbaan uitgebouwd aan diverse universiteiten en hogescholen zowel in binnen- als buitenland. Die carrière heb je verlaten om onderzoeksjournalist te worden bij Apache, een onafhankelijk platform voor onderzoeksjournalistiek. 
Was dat ook onder invloed van je ervaringen in Clinique de la Borde? 
"In die academische wereld kon ik geen bevredigend antwoord vinden op mijn beginvraag: hoe zorg je op een menswaardige manier voor mensen? Waarschijnlijk heeft mijn ervaring in la Borde daar ook wel een rol in gespeeld. Door over te stappen naar de journalistiek kon ik meer inzetten op beleidsanalyses, het politieke niveau zeg maar."

Je hebt als onderzoeksjournalist enkele kritische artikels geschreven over de geestelijke gezondheidszorg. Vooral tegenover psychiatrische en psychologische diagnoses was je erg kritisch. 
"Ik ben wel veel voorzichtiger geworden. 
Als onderzoeksjournalist bij Apache heb ik ooit een kritisch stuk geschreven over hoe de autismediagnose alsmaar breder werd, hoe bijna iedereen op een spectrum leek te belanden. Wetenschappelijk heb ik daar nog altijd veel vragen bij. Maar ik kreeg toen zeer boze reacties van mensen die zeiden: 'door dat label heb ik eindelijk inzicht in mezelf gekregen; ik voel me minder schuldig; ik ben zachter geworden voor mezelf '. Dat heeft me geraakt. Als je een label bekritiseert, horen mensen soms dat je hun lijden bekritiseert of ontkent. Dat is nooit mijn bedoeling geweest. Ik heb nog altijd fundamentele kritiek op psychologie en psychiatrie als systemen, maar ik ben wel gevoeliger geworden voor wat mensen binnen die systemen zoeken: erkenning, een manier om zichzelf te begrijpen."

-23-

Wat is de essentie van jouw fundamentele kritiek op psychologie en psychiatrie? 
"Een label of diagnose is in feite maar een woord met de bedoeling om afwijkende gedragingen die vaak samen voorkomen te beschrijven. Men hoopt later een biologische basis te vinden van dat afwijkende gedrag, maar voor veel diagnoses is die basis nooit overtuigend gevonden. Het probleem is niet dat mensen iets hebben aan een woord. Als dat kan helpen, zoveel te beter. Het probleem is de >span class="NormalTextRun SCXW98415106 BCX2"> die eraan vastkleeft: het idee dat het om een ziekte of een defect in het individu gaat. 
Autisme is daar een goed voorbeeld van hoe ingewikkeld dit is. Een tiental jaar geleden is de diagnose enorm verbreed. Men spreekt nu van de autismespectrumstoornis. Er is discussie over de grenzen van het spectrum en over de wetenschappelijke validiteit. Er zijn mensen die in dat woord eindelijk erkenning vinden. Dat wil ik geenszins afpakken van die mensen. Maar ik wil wel vragen waarom precies die eigenschappen van autisme vandaag zo vaak als problemen verschijnen. Veel kenmerken die we autistisch noemen, botsen met wat de economie vandaag vraagt: flexibel zijn, snel schakelen, sociaal vlot zijn, voortdurend bereikbaar en aanpasbaar. Misschien is hetgeen toeval dat eigenschappen die minder goed passen bij de arbeidsmarkt sneller worden gepathologiseerd. Alledaags lijden, sociale problemen of menselijke verschillen worden steeds sneller vertaald in psychische stoornissen. Moeten we niet meer kijken naar de interactie: wie is deze persoon, wat heeft hij nodig en hoe is zijn omgeving ingericht? Door alles te reduceren tot een biologische afwijking van het individu hoeven we de omgeving - school, werkvloer of samenleving - niet meer in vraag te stellen. Dat maatschappelijk debat wordt momenteel veel te weinig gevoerd."

"Door alles te reduceren tot een biologische afwijking van het individu, hoeven we de omgeving niet meer in vraag te stellen."

Met de geestelijke gezondheid in onze samenleving is het immers niet zo goed gesteld. 
"Kijk naar de burn-outs. Natuurlijk zijn er mensen die >span class="NormalTextRun SCXW98415106 BCX2"> zitten en natuurlijk moeten we hun lijden ernstig nemen. Maar als we dat volledig behandelen als een individueel probleem en vervolgens alleen weerbaarheidscursussen of individuele >span class="NormalTextRun SCXW98415106 BCX2"> aanbieden, blijft de omgeving buiten schot terwijl burn-out ook iets zegt over werk, economie en prestatiedruk."

Psychiatrie heeft in feite veel met macht te maken. 
"Absoluut, maar dat betekent niet dat we de psychiatrie moeten opdoeken zoals de vooraanstaande psychiater uit de vorige eeuw >span class="NormalTextRun SCXW98415106 BCX2"> Szasz voorstelde. Psychiatrie en psychologie hebben altijd ergens met macht te maken gehad, al was het maar omdat afwijkend gedrag vaak wordt beoordeeld tegenover sociale normen. Zo werd homoseksualiteit vroeger gepathologiseerd, vrouwen die kwaad waren over onrecht dat hen aangedaan werd, werden als hysterisch weggezet en opstandig gedrag was een medische afwijking. Vandaag is die macht complexer en soms subtieler. We spreken bijvoorbeeld over vermaatschappelijking van de zorg: mensen uit >span class="NormalTextRun SCXW98415106 BCX2"> halen en ondersteunen in de samenleving. Dat is op zich een mooi idee. Maar als de samenleving zelf weinig opvangt, komen mensen elders terecht: in gevangenissen, forensische psychiatrische centra of migratiedetentie. Dan krijg je wat men transinstitutionalisering noemt: mensen verdwijnen niet uit >span class="NormalTextRun SCXW98415106 BCX2"> ze verhuizen naar andere >span class="NormalTextRun SCXW98415106 BCX2">"

Is dat de link met je huidige werk? 
"Ja, ik werk nu als onderzoeker geestelijke gezondheidszorg bij het nationaal preventiemechanisme ter preventie van folteringen en mensonterende behandeling op plaatsen van vrijheidsberoving. Dit is een afdeling van het Federaal >span class="NormalTextRun SCXW98415106 BCX2"> voor de Rechten van de Mens, afgekort het FIRM. 
Wij bezoeken plaatsen van vrijheidsberoving: gevangenissen, migratiedetentiecentra, forensische psychiatrische centra. Het doel is niet om individuele klachten te behandelen maar wel om >span class="NormalTextRun SCXW98415106 BCX2"> risico's op mensonwaardige behandelingen te detecteren. Mijn opdracht gaat vooral naar de geestelijke gezondheid: is er toegang tot zorg? Is die zorg kwaliteitsvol? 
Maar ook: kan zorg zelf een context worden van mensenrechtenschendingen? Denk aan dwangbehandelingen, fixatie, isolatie, het afnemen van autonomie. Lange tijd werd dat te snel gelegitimeerd met 'medische noodzaak'. 
Nu groeit internationaal het besef dat zulke praktijken ook moeten worden bekeken vanuit menswaardigheid en mensenrechten."

Met wie spreek je tijdens zulke bezoeken? 
"Ik spreek vooral met mensen met geestelijke gezondheidsnoden of mensen die daarmee problemen ervaren. Vaak zijn dat mensen met zware trauma's, migratiegeschiedenis, oorlogservaringen, sociaaleconomische onzekerheid. Soms zijn er tolken nodig. Het valt op hoe dikwijls sociale, economische en geopolitieke problemen samenkomen in plaatsen waar mensen van hun vrijheid worden beroofd. Er wordt dikwijls beweerd dat er meer psychologen nodig zijn in plaatsen van vrijheidsberoving. Zorg is inderdaad belangrijk. 
Maar als iemand met een oorlogstrauma, psychose en dakloosheid in de cel belandt, moet je je wel afvragen of een psycholoog het structureel probleem kan oplossen. Als je echt preventief wil werken, moet je ook kijken naar systemische oorzaken en het ziekmakende effect van vrijheidsberoving en detentieomstandigheden, zeker op mensen die al kwetsbaar zijn. De beste preventie van foltering op plaatsen van vrijheidsberoving is ervoor zorgen dat mensen niet op die plaatsen terechtkomen. Dat vraagt ook een samenleving die meer gericht is op inclusie en ondersteuning van kwetsbare mensen dan op risicobeheersing. Anders bouwen we >span class="NormalTextRun SCXW98415106 BCX2"> bij en blijven we verbaasd dat ze vol zitten."

Hoe kijk je terug op je afgelegde parcours? 
"Voor mij is de lijn zeer duidelijk. Het begon met de vraag: hoe zorg je voor mensen en hoe doe je dat op een menswaardige wijze? Van psychologie ging het naar filosofie, naar ethiek, naar beleid, onderzoeksjournalistiek, gevangenissen, mensenrechten. Voor anderen lijkt dat misschien grillig. Voor mij is het logisch: ik ben altijd blijven zoeken naar manieren om mensen niet te reduceren tot hun probleem, hen ernstig te nemen zonder hen te herleiden tot een diagnose, een woord in feite. We hebben meer woorden nodig, woorden voor verdriet, schuld, kwaadheid, schaamte, overprikkeling, nood aan rust, nood aan structuur, al die rijke schakeringen in het gevoelsleven en tussen mensen. Hoe rijker onze taal, hoe rijker het begrip van anderen en van onszelf."

"Hoe rijker onze taal, hoe rijker het begrip van anderen en van onszelf."

Hartelijk dank voor dit boeiende gesprek en vooral voor je bewonderenswaardige inzet!

-24-

COLUMN

COLUMN De onvoltooid verleden tijd - Peter Benoy

Wat bloeit er in De Rozentuin?

(2 afbeeldingen): 
- Beuys-Feldman Gallery 
- Regierungsbunker, 2008m

Het draaiboek ging als volgt. Atoomflits boven Duitsland. In allerijl begeven de bondskanselier, bondspresident, politici, militairen en kopstukken van het bankwezen zich naar de 'Rozentuin'- de >span class="NormalTextRun SCXW98415106 BCX2"> Niet alleen zij, ook medici, technici, kappers en koks. Er was plaats voor 3.000 uitverkorenen. Geen kinderen. Partners evenmin, schrijft Filip Huysegems (Wachten op de Derde Wereldoorlog, De Standaard, 13/7/2026). 
Het is niet het begin van een SF-verhaal, maar wel een reportage van de journalist over zijn recent bezoek aan de in de jaren '60 door de West-Duitse regering gebouwde Regierungsbunker 'De Rozentuin'. In de wijngaarden die het rustige Ahrweiler omringen zie je hem niet, want De Rozentuin zit een honderdtal meters en meer onder de grond.

De beslissing om dit megalomaan project te realiseren dateert uit 1950 in volle Koude Oorlog, maar de bouw begon pas in 1960. 
Ook in België en in andere Europese landen werden er talloze bunkers gebouwd. In de Antwerpse haven waren er 99, maar ook onder de Groenplaats, de Grote Markt en de Vrijdagmarkt werden grote bunkers gebouwd, zogenaamd resistent tegen een atoomaanval maar eerder om de bevolking gerust te stellen. Daarin verschilde De Rozentuin grondig met de zand in de ogen van de bevolking strooiende bouwsels bij ons; de politieke en economische heersende klasse, waaronder ongetwijfeld voormalige betrokkenen van het nazi-apparaat, konden er een kernaanval overleven.

Intrigerend genoeg om er meer over te weten te komen.

De regeringsbunker in Ahrweiler of 'Marienthaler Regierungsbunker' brak alle records. In 'het grootste geheim' en met betrokkenheid van bondskanselier Konrad Adenauer werd gewerkt door zo'n 20.000 arbeiders (geheim?) aan het duurste bouwwerk tot dan toe in Duitsland. Het resultaat was een bunker met twee verdiepingen, 17 km lang, met o.m. een eigen elektriciteitsvoorziening, drinkwater, een lokaal voor religieuze erediensten, een kapsalon, alle nodige medische voorzieningen, een volledig uitgeruste drukkerij, een zendstudio van de Rundfunk, enz ... Het kon hermetisch van de buitenwereld afgesloten worden; 3.000 mensen konden het hier, in geval van een kernoorlog, 30 dagen volhouden (voor 30 dagen een kapper en zijn salon verdomme! Waarom?). Er werd uitgegaan van de veronderstelling dat er in die 30 dagen een politieke oplossing zou gevonden worden (?). 
Gelukkig is 'De Rozentuin' nooit gebruikt waarvoor hij werd gebouwd.

De bouw van dit project is niet begonnen met een gebruikelijke eerste spadesteek. De ondergrond van Ahrweiler had al een heftige geschiedenis, en in dit geval was die bijzonder geschikt voor de bouw van de regeringsbunker. Er waren reeds kilometers ondergrondse spoorweg aangelegd ten dienste van de staalindustrie van het Ruhrgebied. Om strategische redenen werd de aanbouw ervan na de Eerste Wereldoorlog door de Franse regering stilgelegd. Vanaf 1935 deden ze dienst als een locatie van zo'n 25.00 m/2 om champignons te kweken. 
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden de tunnels omgebouwd voor de productie van mobiele lanceerplatvormen voor V1 en V2. Daarvoor moesten o.m. betonnen vloeren gelegd worden. Dat is grotendeels gebeurd door 1.500 gevangenen uit het kamp van Buchenwald. Dag en nacht werd er gewerkt door twee ploegen van twaalf uur onder erbarmelijke omstandigheden, zodat er maar één bed per twee gevangenen

-25-

nodig was. Velen overleefden dit niet, maar werden vervangen door nieuwe gevangenen uit Buchenwald. De firma Gollnow die de werken uitvoerde, betaalde aan de SS 4 mark per gevangene per dag mits aftrek van 65 pfenningen als compensatie voor de maaltijden die het bedrijf verschafte.

Na de Tweede Wereldoorlog werden de tunnels zogenaamd onbruikbaar gemaakt door het Franse militair bestuur. Toch bleef het een uitstekende vertrekbasis om het project 'Rozentuin' te realiseren. In 1997, na decennia van een nutteloos bestaan, werd de regeringsbunker ontmanteld, maar een klein deel ervan werd gespaard om er een documentatiecentrum onder te brengen dat intussen een drukbezochte toeristische attractie is geworden. 
Nu wisselen we van spoor, kiezen we een andere richting, want in dat documentatiecentrum duikt totaal onverwacht de naam op van één van de belangrijkste en veelzijdigste beeldende kunstenaars van de tweede helft van de 20ste eeuw: Jozef Beuys (1921-1986). De man met zijn onafscheidelijke vilten Stetson, tekenaar, beeldhouwer, >span class="NormalTextRun SCXW98415106 BCX2"> en performer.

Op 4 april 1981 manifesteerde Beuys met anderen aan het hek dat toegang gaf tot 'het grootste geheim van West-Duitsland' - wat het al lang niet meer was, maar toch ook weer niet in brede bevolkingslagen geweten. Er hing een plaat aan de toegang: 'Unbefugten ist Zutritt untersagt' en Beuys schreef daaronder in zijn handschrift: 'Dies ist nicht mein Bunker' en signeerde het. In datzelfde jaar maakte hij enkele tekeningen, de 'Bonzenbunker-Blätter', die ook in 70 gesigneerde exemplaren als litho werden uitgegeven. Sedert vorig jaar hangen twee van deze originele tekeningen, 'Bon(n)zenbunker' en 'Geisterbahn de SPD', evenals de verbodsplaat met de boodschap van Beuys in het Informatiecentrum als een stille aanklacht tegen de voorbije waanzin.

De 20-jarige Beuys tekende tijdens de oorlog als vrijwilliger voor de Luftwaffe en werd boordschutter van een Stuka. Twee jaar later, in 1944, stortte hij neer tijdens een missie op de Krim. Daarrond creëerde hij een mythe, die later zijn artistieke werk zal voeden; Tataarse nomaden zouden zijn leven gered hebben door hem in te wrijven met vet en in vilt gewikkeld te hebben. Vet en vilt zijn materialen die voortdurend in zijn werk zullen opduiken. In werkelijkheid kwam hij bij bewustzijn in een Duits veldhospitaal. 
Een van zijn belangrijkste leerlingen is Anselm Kiefer (°1945). Het is interessant om te zien hoe ze beiden, hoewel ze tot andere generaties behoren, met het Duitse oorlogsverleden omgingen. In Pavot et mémoire / L'ange de l'Histoire (1989), een jachtvliegtuig met boeken op de vleugels (in lood), zien we bv. hoe Kiefer in zijn werk commentaar levert op zijn leermeester.

Na de oorlog volgde Beuys een opleiding tot beeldhouwer aan de Kunstacademie Düsseldorf, waar hij tien jaar na zijn afstuderen hoofddocent werd. Hij was een charismatisch pedagoog die vooral zijn studenten leerde zelfstandig en kritisch na te denken over kunst. In 1972 werd hij als docent ontslagen omdat hij weigerde een door de minister van onderwijs besliste opnamestop te respecteren. Uit protest zette hij zijn lessen verder op het grasveld in het park naast de academie. To situate Beuys in an art-historical line of influence is necessarily to consider >span class="NormalTextRun SCXW98415106 BCX2"> underlying potential of Dada and Fluxus, schrijft de kunsthistoricus Gottfried Boehm. Vooral de opkomende Fluxusbeweging, waar hij even deel van uitmaakte, beïnvloedde aanvankelijk zijn werk. Het provocatieve en anti-bourgeois karakter van die bewegingen sprak hem aan. Zijn engagement voor sociale rechtvaardigheid, vrede, onderling begrip en ecologie is het >span class="NormalTextRun SCXW98415106 BCX2"> fundament van zijn zeer divers en gedurfd oeuvre (meer dan 15.000 werken), dat vooral bestaat uit tekeningen, >span class="NormalTextRun SCXW98415106 BCX2"> en performances, dikwijls met een moeilijk te doorgronden symboliek.

Dankzij de wonderlijke 'Wide White Space' galerie (1966-1976) van Anny De Decker en Bernd Lohaus kon je in Antwerpen al heel vroeg het werk van Beuys zien naast dat van artistieke verwanten als Broodthaers, Panamarenko, Carl Andre, James Lee Byars, allen huiskunstenaars van de galerie. 
Voor één van zijn spectaculairste performances 'I like America and America likes Me' (1974, New York) liet hij zich, gewikkeld in een vilten deken, gedurende vijf dagen met een coyote opsluiten. 
In 1991 - Beuys is dan al vijf jaar dood - zag ik een tentoonstelling in het MSK Gent rond Wilhelm Lhembruck, Georges Minne en Jozef Beuys. Vooral de tekeningen van de drie kunstenaars maakten grote indruk; zonder de naamplaatjes bleek het amper mogelijk ze te onderscheiden. 
Even goed kun je in topmusea een kartonnen doos met een klomp vet zien staan met zijn signatuur, wat nogal eens tot misverstanden leidde. De 'Wide White Space' moest er in 1968 door verhuizen. De eigenares van het pand liep wel eens binnen. Anny De Decker: Zij zag het vet van Beuys in de hoeken en was hoogst verbaasd. Toen ze een week later weer eens kwam kijken, was ze verontwaardigd omdat het vet er nog steeds was en ze zei de huur op om hygiënische redenen. Tussen 1964 en 1982 nam hij vijf keer deel aan 'Documenta' in Kassel en in 1976 aan de Biënnale van Venetië. 
In 1979 was hij medeoprichter van de Duitse Groenen en stelde hij zich kandidaat voor het Europees Parlement. 
De betekenis van Beuys en zijn invloed op de kunst, ook vandaag nog, is onbetwistbaar. Zijn werk dat getoond wordt in musea als MOMA (New York), Kunstmuseum Basel, Centre Pompidou (Parijs), Stedelijk Museum (Amsterdam), Bonnefantenmuseum (Maastricht) en zovele andere getuigt daarvan.

(Afbeelding): Stahltuer Regierungsbunker

-26-

Column - Lina Corrigan is een feministische activiste en schrijver, die met lyrische non-fictie het onbespreekbare verwoordt, verborgen patronen verlicht en een hoopvolle toekomst schetst.

Het vocabulaire van de nieuwkomer

In Duffel woont een vrouw van 82. Ze is hartelijk, met feilloze manieren, een uitgedacht systeem om de afwasmachine in te laden en het soort scherpe humor waar je verstandig voor moet zijn. Om de twee weken trekt ze naar de bib. Niet om in stilte te lezen, maar om luidop te babbelen.

Het project is opgezet om Nieuwe Belgen de Nederlandse taal te leren door het te oefenen met lokale bewoners. De nieuwe en oude Belgen mengen zich gezellig en praten samen over het weer, de brandweer, over school. Elke sessie spreken de nieuwkomers iets minder stamelend, iets zelfverzekerder, iets vlotter. Nederlands is geen makkelijke taal om te leren, zeker niet als je een ander of zelfs geen alfabet gewoon bent.

Nederlands heeft veel moeilijke woorden en uitspraken en dan zijn er woorden die nooit gevonden worden. Wat is het woord voor de troostende tederheid die je voelt door comfortabel te tetteren met een gezellige vrouw die je met gloeiend gemis aan je eigen oma doet denken?

Hoe heet de soort heimwee naar een >span class="NormalTextRun SCXW24443819 BCX2"> dat er niet meer staat? Hoe noem je de diepgegroefde eenzaamheid die ontstaat wanneer niemand je begrijpt en jij niet begrepen wordt?

Wat is de naam het mengelgevoel tussen de ontsnappingsopluchting en schuld voor al wie je hebt achtergelaten? Hoe heet het moedersverdriet van je kind het beste, beter, iets van een toekomst te wensen en het daarom ver van je vandaan te sturen? Een nieuwe taal leren is moeilijk.

Er gaat veel verloren in de vertaling. Er wordt veel gezegd in een geduldig knikje. Iemand die luistert. Iemand die je aankijkt. Iemand die je ziet en erkent. Iemand die zegt: "Zoek maar naar je woorden, we zijn hier om je te helpen ze te vinden."

Daar in de bib wordt iets eeuwenoud, iets goud gesmeed. Een verwantschap. Een uitnodiging voor een Iftar, een bekendheid met de wederkerende gezichten op straat. Het gevoel erbij te horen. Nieuw en welkom.

Je kan ingewikkelde systemen, >span class="NormalTextRun SCXW24443819 BCX2"> en multidisciplinaire initiatieven bedenken. Maar simpel werkt het best: mensen als mensen behandelen. Een "Goeiedag". Een "Hoe gaat het met je?" Een >span class="NormalTextRun SCXW24443819 BCX2"> in de tuin. Een babbel in de bib.

(Foto): pexels Priscilla Cezar

-27-

www.nachtvandevrijdenker.be

Ideeënfestival 
2026 
30/09 TREFPUNT 
21/11 DE VOORUIT

-28-

huis van de mens is vrijzinnig humanistisch

Wij zijn er voor jou!

Bij deMens.nu staat de mens centraal. Mensen hebben mensen nodig. 
En mensen willen verbonden zijn met elkaar. Daarom vind je overal in Vlaanderen en Brussel een huisvandeMens in je buurt.

In een huisvandeMens kan je terecht voor:

Informatie 
Bij ons vind je informatie over levensbeschouwelijke onderwerpen, over het vrijzinnig humanisme en zijn waarden, en over ethische en maatschappelijke thema's zoals euthanasie, abortus, mensenrechten  ...

Vrijzinnig humanistische plechtigheden 
Wil je graag stilstaan bij een belangrijke gebeurtenis in je leven? 
Wij helpen je bij de organisatie van een vrijzinnig humanistische plechtigheid bij een geboorte of adoptie, een huwelijk of relatieviering, een overlijden of afscheid  ...

Gesprekken 
Bij ons kan je terecht voor gesprekken omtrent levensvragen en zelfbeschikking, levensbeschouwing en zingeving.

Waardig levenseinde 
Wij bieden informatie over euthanasie, patiëntenrechten, palliatieve zorg  ... en helpen je met het opstellen van een wilsverklaring.

Gemeenschapsvorming 
Een huisvandeMens werkt als vrijzinnig humanistische draaischijf en geeft ondersteuning aan onze lidverenigingen. In een huisvandeMens vind je informatie over initiatieven en activiteiten van de lokale vrijzinnig humanistische verenigingen en ontmoetingscentra.

Vrijwilligerswerk 
Heb je zin om het vrijzinnig humanistische netwerk te versterken? 
Vrijwilligers zijn bij ons meer dan welkom. Wij zorgen voor begeleiding en geven je alle kansen. Zo kan je onder meer plechtigheden verzorgen of meewerken aan gemeenschapsvormende activiteiten.

De huizenvandeMens zijn een initiatief van deMens.nu

deMens.nu vertegenwoordigt Nederlandstalige vrijzinnig humanistische verenigingen in Vlaanderen en Brussel

deMens.nu Magazine 
Zoomt in op mensen en maatschappelijke tendensen vanuit een vrijzinnig humanistisch perspectief. Verschijnt viermaal per jaar.

Gratis proefnummer of gratis abonnement? 
Mail naar info@deMens.nu 
Of schrijf naar deMens.nu-UVV vzw 
Brand Whitlocklaan 87 bus 9 
1200 Sint-Lambrechts-Woluwe 
Of telefoneer naar 02 735 81 92

de mens.nu is vrijzinnig humanistisch 
Bezoek ons op wwwdeMensnu 
facebookcom/deMensnu